zondag 19 december 2010

le potager



En hoe is het met je moestuin? Een vraag die ik regelmatig gesteld krijg, als ik weer een nieuw Blogbericht heb gepubliceerd. Logisch, want het lijkt haast wel of ons leven draait om paarden, spoken en ambtenarij. Toch heb ik de afgelopen maanden heel wat uurtjes in mijn tuin doorgebracht, en ik heb alle geïnteresseerden beloofd hier een apart hoofdstuk aan te wijden.

Het laatste wat ik hier zo'n beetje over heb geschreven, is dat we een enorme berg koeiepoep hadden laten aanrukken om de tuingrond te verbeteren. Dat spul is compact en loodzwaar, en het heeft wel een paar weken in bespag genomen om dit over de percelen te verdelen en in te werken. Het had in ieder geval tot gevolg dat het onkruid dit jaar groteske proporties aannam. Vooral het gras, wat maar nauwelijks wil groeien op de plekken waar dit juist zo gewenst is, viel nauwelijks onder de duim te houden. Om van de nood nog enigszins een deugd te maken, liet ik het op sommige onbebouwde plekken lekker doorgroeien om aan de paarden te voeren. Daar waar ik toch de voorkeur gaf aan voor ons eetbare gewassen, trok in het er maar regelmatig met handenvol uit, om direct ter plekke de daardoor onstane kale grond mee te bedekken. Dit principe heet mulchen en heeft als doel nieuwe onkruidgroei te onderdukken en verdroging van de grond tegen te gaan waardoor je minder hoeft te sproeien. Heel ecologisch dus.
Gelukkig zijn er ook heel wat nuttige onkruiden die goed eetbaar zijn. Zo groeide er bij voorbeeld spontaan brave hendrik en postelein die je als spinazie kunt eten, en paardebloem, weegbree en duizendblad voor in de sla. En op een perceel stonden de mooiste wilde bloemen, dus dat was een feest voor het oog, én voor de bijen, die op hun beurt weer nuttig werk verrichten bij de bestuiving van tomaten en pompoenen.

De te bebouwen percelen verdeelden we in 5 categorieën:
* aardappelen, een vroeg en een bewaarras
* wortel- en knolgewassen: radijzen, witlof (die in 2 fasen groeit: eerst de wortel, vandaar in dit perceel, en vanaf oktober wordt de krop getrokken), uien / sjalotten, knoflook en bietjes. Ook hebben we hier de peulgewassen in de vorm van sperziebonen en tuinbonen bijgezet, omdat al deze groentes een matige bemesting vragen.
* bladgewassen: diverse slasoorten, spinazie (die overigens niet opkwam), snijbiet (erg populair bij de wantsen die me vaak net voor waren bij de oogst), prei voor in de winter en het koolgewas broccoli. Deze laaste werd vorig jaar volledig opgevreten door aardvlooien, maar had het dit jaar zo goed naar z'n zin, dat ik weer met een overschot van tot bloei gekomen planten zat. Heel mooi, maar niet eetbaar. Toen ik las dat paarden verzot zijn op broccoli, had ik ook hier weer een goeie bestemming voor.
* vruchtgewassen: tomaten, courgette en aardbeien. Een tweede perceel was gereserveerd voor pompoenen. De zaden hiervan had ik van een vriendin gekregen, en bleek uiteindelijk uit verschillende variëteiten te bestaan. Eigenlijk had ik deze vooral geplant als bodembedekker tegen onkruid. Ooit had mijn moeder namelijk eens een pompoensoep gemaakt, die zo vies was, dat zelfs zij hem niet wilde eten! Maar nu ik eenmaal toch zo'n grote oogst had, ben ik op zoek gegaan naar goeie recepten. Dat was een ontdekking; zowel in zoete als hartige gerechten smaken ze heerlijk. Als soep, gevuld of gegrild, heel veelzijdig. Makkelijk te telen (mits voldoende mest). En nog decoratief ook. Voortaan zullen ze een vast onderdeel uitmaken van de moestuin. De aardbeien bleken een stuk ingewikkelder want favoriet bij heel wat diersoorten. Ik had twee soorten: bij de ene soort was ik steevast te laat want zodra er een verkleurde, ging er een beest mee aan de haal. De andere soort wilde echter helemaal niet verkleuren. Ik had deze plantjes van Ayla gehad. Op een dag vroeg ze me of ik al had kunnen oogsten. Ik antwoordde dat ze maar niet wilden rijpen, waarop ze hard moest lachen. Dit waren namelijk witte aardbeien die niet verkleurden om vogels te misleiden! Dit was dus ook bij mij goed gelukt. En hoewel ze er niet aantrekkelijk uitzagen, smaakten ze voortreffelijk.
* wintergroenten. Verschillende zaaisels van rapen en selderij wilden niet opkomen, maar de spruiten deden het prima, en daardoor kunnen we ook nu nog eten uit eigen tuin. Naast alle groentes die verwerkt of anderzins bewaard zijn natuurlijk.

Het meest trots was ik op de tomaten. Ik had wel 6 soorten op een biologische markt gehaald, en ondanks dat ik in mei nog in de sneeuw (!!) erop uit moest om ze van bevriezing te redden, had ik een fantastische oogst. Quasi nonchalant kon ik zo al tomaten weggeven op een moment dat de meeste andere telers nog tegen kleine groene knikkers aan zaten te kijken. Tot in november hadden we cherrytomaatjes.

Verkocht heb ik niets, uitsluitend weggeven. Dit is veel leuker en bijna iedereen waardeert het enorm om verse biologische groentes te krijgen. Anna heeft er zelfs een ambtenaar mee 'omgekocht' die kwam om te bepalen of er vergunningen konden worden verstrekt. Zelf had ik zoiets nooit gedurfd, maar toen ik Anna bij haar vertrek een grote zak groentes gaf, gaf ze direct een groot deel ervan weg aan de dame, die het maar wat graag aannam. Toegegeven, qua geldelijke waarde stelt het niet veel voor, maar de ongegeneerdheid waarmee dit gepaard ging was toch enigszins verbazingwekkend. Maar zelfs na alle toestanden om het pad (waarover later meer), is ze nog altijd op onze hand.
Met een paar potten zelfgemaakte vijgenjam heb ik een paar hardwerkende mannen bedankt die de hele dag in vreselijk regenweer op het dak van het kantoortje hadden geploeterd. En ook de boeddistische geestenuitdrijver was blij met een berg legumes, plein d'amour (oftewel met liefde geteelde groentes).

Hoewel het met de teelten dus allemaal best lekker liep, schoten we met de structuur van de moestuin nog steeds niet op. Enkele percelen waren dan wel al omzoomd met stenen, maar die vielen regelmatig om door regen, mollen of mezelf. Aangezien het nogal een bloedkarwei was geweest om ze neer te zetten, besloten we er niet mee door te gaan maar een andere oplossing te zoeken die steviger, maar vooral sneller was. Ook goedkoop en ecologisch verantwoord waren belangrijke voorwaarden. Deze oplossing onden we tijdens een van onze bezoekjes aan de houtzagerij. Hier verkopen ze voor een luttel bedrag zaagoverschotten zoals de begin-en eindplanken waar alleen maar schors op zit. Deze zijn mooi, duurzaam, sterk, relatief snel neer te zetten en als ze in de loop van de jaren vergaan voegt het weer voedsel toe aan de bodem. Na ettelijke keren heen en weer rijden hadden we dan 100 bruikbare planken die we alvast provisorisch tegen de bedjes hebben neergezet totdat we tijd hebben ze met paaltjes te stutten. Ik vrees dat daar wel weer een zomer overheen zal gaan...
Inmiddels waren van de percelen zonder stenen rand de opgehoogde grond al behoorlijk afgekalfd en op de paden terecht gekomen. Hoelang ik al niet met schepjes heb zitten ploeteren om die allemaal af te graven, het was nu nauwelijks meer zichtbaar. Daar had ik geen tweede keer zin meer in. Als onderdeel van het grote project hebben we daarom ook de moestuin laten profiteren van de aanwezigheid van een graafmachine. In 2 dagen tijd heeft deze alle paadjes keurig opnieuw afgegraven, in een cirkel om de moestuin heen nog een rondpad, waarvan de aarde in een cirkel daar weer omheen is gestort om ruimte te creeren voor kleinfruit, en ook nog eens 24 kuilen van 1 m3 voor de aanplant van fruitbomen.

Een boomgaard staat al jarenlang in de planning maar we hebben er altijd nogal tegenaan gehikt. Er zijn namelijk nogal wat factoren om rekening mee te houden. De standplaats (grondsoort, hoeveelheid zon, afwatering) bepaalt je rassenkeuze. Vervolgens kijk je naar zelfbestuivend of kruisbestuiver, vroege of late rassen, bewaarbaar of meteen opeten, toepassingsmogelijkheden, smaak uiteraard, stamhoogte (meestal 3 variaties mogelijk. Hoe lager de stam hoe eerder je fruit hebt, maar hoe korter de boom meegaat) en heel belangrijk bij biologische teeltwijze: ziekteresistentheid. Dit is al een studie op zich, maar grootste probleem is hoe je aan de juiste bomen komt. Na enig speurwerk op het internet had ik een instantie gevonden die oude streekeigen rassen kweekte en daarmee in stand hield. Oude rassen zijn veelal beter bestand tegen ziektes omdat er vroeger nu eenmaal nog niet zoveel giffen in de handel waren en de bomen die het overleefden dus heel sterk waren. Ook leek het ons wel leuk rassen te kopen die min of meer typisch zijn voor deze streek.
Op de site waren alle rassen voorzien van een omschrijving, en dat was nodig ook want ik kende er practisch geen een. Maar als je dan bedenkt dat er alleen al 88 soorten kersenbomen te vinden waren, waarbij je dan ook nog een keuze moet maken uit verschillende onderstammen en leeftijd van de boom, dan begrijp je dat ik weer vele avonden heel zoet was... Het resultaat was 7 appel-, 4 peren-, 4 pruimen-, 2 kersen-, 2 perzik-, 2 hazelnoot-, 2 walnootbomen en 1 vijg (want daar hadden we er al een van).

Nu we dan eindelijk bomen hadden (natuurlijk op z'n frans met de nodige vertragingen en ergernissen), en er kuilen waren voorgegraven, leek de rest een koud kunstje. Nou koud was het wel begin januari, maar simpel niet. Onder een 20 cm dikke vruchtbare toplaag begint een massa uiterst compacte rode klei, die door de regen nog zwaarder en onhandelbaarder was geworden (de graafmachine was helaas al weer vertrokken). Met een spitvork moesten we het spul van de berg afsteken maar vervolgens moest je het dan weer van je spitvork afschrapen, waarna het weer bleef plakken aan het gereedschap dat je daarvoor gebruikte en ga zo maar door. Fruitbomen houden uiteraard ook niet van een dergelijke ondoordringbare laag dus had ik ter voorbereiding al aanhangers vol turf, compost en kalk aangerukt om hierdoorheen te mengen. Aangezien Ton er maar een week was, moesten we minimaal 3 bomen per dag planten. Dat lukte uiteindelijk en nu maar hopen dat we snel de vruchten van deze zware arbeid mogen gaan plukken!

dinsdag 26 oktober 2010

Franse bureaucratie

Ik krijg heel wat klachten over mijn nieuwe woonland Frankrijk. Om te beginnen wonen er natuurlijk Fransen, en daar mankeert nogal wat aan. Ze zijn lui, staken altijd, houden zich nooit aan hun afspraken, zijn vreselijk onbeleefd als ze je moeten bedienen en natuurlijk spreken ze geen woord over de grens. Het brood is er niet te vreten, de supermarkten te duur en fatsoenlijke hollandse kaas kennen ze ook al niet, dus die moet je zelf meeslepen. En als je als vakantievierende Nederlander hen dan toch met je komst wilt verblijden, dan moet je nog betalen voor hun wegen ook...
Wat zoek ik toch in hemelsnaam in dit achtergebleven gebied? Er moet toch wel iets zijn dat het hier de moeite waard maakt om het goed georganiseerde Nederland voor te verlaten? Wat minder regeltjes bijvoorbeeld?

Helaas, niets is minder waar. Frankrijk blijkt nog bureaucratischer en ingewikkelder te zijn dan de ergste Nederlandse ambtelijke molen. Om eerlijk te zijn hadden we dit al wel gehoord, maar nog niet veel van ondervonden, tot we gingen emigreren dus.
Zo moesten we twee auto's importeren. We hadden al wel een idee van wat hiervoor moest gebeuren, maar hoopten via de mairie meer te weten te komen.pas de probleme luidde het door ons met argwaan aangehoorde antwoord. U vult gewoon dit formuliertje in, kentekenbewijsje erbij en een aan uzelf gerichte enveloppe, et voila, binnen twee weken is de felbegeerde carte grise bij u in huis. Pfff, dat viel mee. Toch maar wel even een kopietje gemaakt van de kentekenbewijzen want die franse La Poste vertrouwen we niet zo. Van de behulpzame secretaresse kregen we bovendien nog een attest mee dat de carte grise in aanvraag was en we wel degelijk de eigenaren waren van de bewuste voertuigen.
Een maand later lagen de bekende groene kentekenbewijzen weer vrolijk in de bus. Niets simpel, we dienden een enorme wastlijst aan papieren te doneren voordat we ons aan de nederlandse wegenbelasting mochten gaan onttrekken. OK, paspoort, rijbewijs, kentekenbewijs lagen voor de hand. Electriciteitsnota: voor ons ook al geen verrassing, want aangezien je in Frankrijk niet als inwoner wordt ingeschreven in de gemeente, is de enige manier om aan te tonen dat je bewoner bent van het door jou opgegeven adres de water- of electriciteitsnota. Verder moest er een aantal formulieren worden ingevuld, een Certificaat van overeenstemming, het aankoopbewijs van je auto en het controlerapport van de technische keuring. Dan alleen nog maar een verklaring van het belastingkantoor met de absurde titel: Certificat d’acquisition d’un véhicle terrestre à moteur en provenance de la Communaute Européenne par une personne non identifiée à la TVA. Waarvoor ik dus 1 keer voor niets kwam omdat ik niet alle benodigde papieren bij me had (zucht) en nog een keer omdat ze staakten (jawel...). Als we aan genoeg postzegels konden komen om dit allemaal op te sturen, dan kon dit uiteraard, maar wij besloten het zekere voor het onzekere te nemen en af te reizen naar Perigeux, alwaar de Prefecture gevestigd is.

Een stampvolle wachtkamer bewees dat niet alleen wij onze kostbare documenten liever persoonlijk overhandigden. Na enige tijd wachten, mochten we dan eindelijk ons vrachtje gaan afleveren. De byzonder onvriendelijke (inderdaad...) baliemedewerkster vroeg tegen beter weten in of we werkelijk dachten alles bij ons te hebben. Ik besloot geen valse hoop te wekken en zei: ik hoop het... Dit antwoord stemde haar niet bepaald vriendelijker, maar toen ik haar twee keurige stapels overhandigde waar alle gevraagde informatie alvast op volgorde gerangschikt was, fleurde ze al wat op. Met ieder aanwezig essentieel onderdeeltje werd ze vrolijker en tot ieders grote opluchting bleek alles in orde. Eindelijk konden we zaken doen.
Jammer dat de computer niet helemaal meewerkte in het registreren van onze oude kentekens, maar dat was dan ook de enige dissonante. 2 uur later en tegen betaling van enkele honderden euros, waren onze auto's na 4 maanden ingevoerd in Frankrijk.
Alleen nog maar even kentekenplaten laten maken, Nederlandse instanties op de hoogte stellen, BPM en wegenbelasting terugvragen...

Nu waren we klaar voor het grote werk in de wereld van de bureaucratie: het aanvragen van vergunningen. We hebben namelijk een nogal omvangrijk project op stapel staan, waarover inhoudelijk in een ander bericht meer, en dit wilden we dan toch maar eens officieel aanpakken. Te meer daar het project geleid zou worden door Bert Jansen, onze Nl buurman die havens ontwerpt en aanlegt in de Emiraten en alle tekeningen voor zijn rekening zou nemen, en hierin gesteund werd door zijn Franse secretaresse Anna. Zij deed voor ons al het papier en regelwerk.

Ooit was ons te kennen gegeven dat we in een beschermd natuurgebied woonden (da's mooi) maar daarom nog geen hondenhok neer mochten zetten. Alleen aanbouwen was toegestaan, dus hadden we de geplande paardenschuilstal, zadelkamer,opslagplaats en het kantoortje allemaal aan ons huis vast laten ontwerpen.
Toen de 'bouwinspectrice' kwam kijken naar onze plannen, maakten we ons dan ook geen zorgen over de haalbaarheid hiervan. Maar wederom kwam hier een waslijst van regeltjes tevoorschijn, die vast verzonnen zijn door een ambtenaar die zich stierlijk verveelde tijdens een van de stakingen. Begrijp goed dat we er helemaal voor zijn om een oud huis niet te verknallen met allerlei rare uitbouwtjes hoor. En we snappen best dat je je er niet met een paar golfplaten van af mag maken. Maar wij moesten dus exact dezelfde dakpannen gebruiken als die er al lagen (NB dit zijn niet de originele dakpannen) en het dak van de aanbouw moest hetzelfe verloop hebben als de bestaande woning. Deze lopen bij ons zo steil dat je dan 2 meter verder al op de grond zou zitten en er van een aanbouw dus geen sprake kan zijn.
Er was nog een probleempje. Voor het oog onzichtbaar, maar op de kadastrale tekeningen zo vastgelegd, lag het openbare pad naar ons huis direct tegen de woning aan, en daar mocht dus niet op gebouwd worden. Dat alleen wij dit gebruiken deed er niet toe, en dat in werkelijkheid de aanbouw niet op het pad zou komen ook niet.

En nu komt het. Want waar de Fransen nóg beter in zijn dan het bedenken van regeltjes, is in het omzeilen ervan. Zelfs de controlerende instanties werken er graag aan mee hun land leefbaar te houden.
De oplossing voor de daken was simpel: als de nieuwe daken niet even steil konden worden als de bestaande, dan moesten de bestaande maar (op papier) even steil worden als de nieuwe. Er werd vriendelijk verzocht een nieuwe tekening aan te leveren waarbij de daken een pietsje platter waren gemaakt (nou goed, heel veel platter dus) et voila, er was aan de regel van gelijke steilheid voldaan. Tijdens de eindinspectie zou hier dan niet zo heel precies naar gekeken worden, zo werd ons beloofd. De eerste vergunning was rond.

De weg lag wat ingewikkelder, qua uitvoering dan. Als je op een openbare weg niet mag bouwen, dan (u voelt hem al) moet je zorgen dat de weg privebezit wordt. Het antwoord lag voor de hand, meneer de burgermeester was het er helemaal mee eens, maar helaas moeten hier weer zoveel instanties zich tegenaan bemoeien, dat het pad nu meer op een lijdensweg gaat lijken. Gelukkig hebben we inmiddels geleerd geduld te hebben en gaan er dus maar vanuit dat er op korte termijn toch echt gebouwd kan worden.

Tot slot was er nog ons afvalwaterprobleem. Met al die verspreide huisjes is het aanleggen van riolering onbegonnen zaak en dient een ieder zelf zorg te dragen voor een verantwoorde waterafvoer. Dat van ons zat er al toen we het kochten en is dus inmiddels al 30 jaar oud. Het water van de keuken en wasmachine loopt via een vetbezinkput zó ons bos in. De toilet mondt uit in een sceptic tank, maar voor douche en bad is geen enkele voorziening. Uiteraard zijn we extreem voorzichtig in middelen die we gebruiken. Zo wassen we onze kleding in aswater, jawel, gewone as uit de kachel, water erbij, door zandstenenfiltratie en je hebt een prima, goedkoop en ecologisch zeer verantwoord wasmiddel!
Maar van overheidswege vinden eens in de 5 jaar inspecties plaats, en ons systeem werd alleen nog maar goedgekeurd omdat het water in ons eigen bos belandt. Dus nu we toch de boel hier gaan verbouwen, dachten we dit meteen mee te nemen. Hierover bleek niet de gemeente, maar het waterbedrijf te gaan. Er moest een inspecteur langskomen, a la raison de 150 euro, die advies zou uitbrengen, en daarna nog eens terug zou komen om te controleren. Wij dachten er met de aanleg van een grote fosse toutes eaux vanaf te komen, wat met een graafmachine niet al te ingewikkeld en duur hoeft te zijn. Maar de inspecteur dacht hier toch duidelijk anders over. Een 3000 liter tank, ja, maar daarna moest ook nog een filtratiebak van 25 vierkante meter en anderhalve meter diep te worden gebouwd, met overloop en weet ik het wat nog meer. Deze moest ook nog eens 10 meter van iedere boom verwijderd staan (leuk als je in een bos woont). Dat betekende dus kappen, graven en drillen, want de rotsbodem zit vlak onder het grondoppervlak. Kosten minimaal 6000 euro...
Toevallig wisten wij dat er weleens subsidie wordt gegeven, maar dit ging voor ons niet op: wij werden immers nog niet verplicht iets te veranderen. Toen ik antwoordde dat ik het dan maar zo liet totdat we volledig strafbaar waren geworden, zodat ook wij de helft vergoed zouden krijgen, bleek er nog wel een beetje over te praten.

Immers, dit advies was volgens de meest stricte officiele normen. Daar hoefden wij natuurlijk niet zo precies aan te voldoen. Als we nu gewoon een nieuwe tank voor de hele badkamer namen, en een soort filtratiegreppel, dan hoefden we ons nergens druk over te maken. En aangezien dit advies officieel natuurlijk niet gegeven was, hoefden we ook die 150 euro niet te betalen...

Kijk, dàt is dus typisch Frankrijk!

zaterdag 16 oktober 2010

Ghostbusters

woord vooraf: daar het aantal lezers gestaag groeit is om privacy redenen een aantal namen met terugwerkende kracht gefingeerd. echter alle verhalen waren en blijven helemaal waar gebeurd.

Dat we een onalledaags leven leiden, is inmiddels wel duidelijk. Maar terwijl je als boer toch stevig met je poten in de klei hoort te staan, houden we ons ook bezig met meer spirituele zaken. De meesten zullen zich de verhalen over Boedistische zoem-sessies, honden zoekacties met wichelroedes en pendellessen maar al te goed kunnen herinneren, maar tot op heden hadden we ons nog niet direct tot de geestenwereld aangewend. De aankoop van een spookhuis bracht hier verandering in.

De familie Jansen had met het oog op alle paardenplannen een flink stuk grond erbij gekocht, waar toevallig ook nog eens een aantal huizen en bijgebouwen op stond. Ondernemend als ze zijn, werd hier al snel een bestemming aan gegeven. Een groot, statig herenhuis zou worden verbouwd tot Chambres d'hotes en Saskia, die hotelschool ging doen, kon dit project dan later mooi gaan leiden. Echter iedere keer dat ze het huis betrad, kreeg ze het onbehagelijke gevoel dat ze er niet welkom was. Hoewel ze toch echt een heel nuchter type is, voelde ze telkens de aanwezigheid van geesten en ze durfde op een gegeven moment het huis niet meer in. Dit is niet erg handig voor een toekomstige hoteleigenaar.

Ik had haar al eens het verhaal verteld over hoe we met behulp van een wichelroede Lizzy hadden teruggevonden, en begin van de zomer informeerde ze voorzichtig naar degene die ons had geholpen en of hij ook eens naar het huis wilde komen kijken. Raymond, de man om wie het hier ging, was wel te porren voor dit spirituele avontuur. Teneinde alle rituelen goed uit te kunnen voeren, moesten de Jansens zorgen voor een grote voorraad kaarsen, een flinke brok toermalijn en het juiste merk wierook. Gewapend met pendels en wichelroedes begaven we ons naar het huis, waar Raymond begon met te bepalen via welke kant we naar binnen mochten. Dat valt nog niet mee om die geesten gunstig te stemmen! Toen we toestemming hadden liepen we, toch niet helemaal op ons gemak, het huis in. Saskia werd bleek, stil en voelde zich duidelijk niet goed. Dit was zeker geen aanstellerij, het meisje was echt heel bang. Ook Raymond voelde de aanwezigheid van diverse geesten en ook dat deze niet erg blij waren met onze komst. In het huis had zich tijdens de Tweede Wereld oorlog namelijk een drama afgespeeld. De toenmalige bewoners waren terplekke door de Duitsers gefusileerd en dit had ervoor gezorgd dat de overledenen geen rust konden vinden in het hiernamaals. Ze beschouwden het huis nog als het hunne en wensten geen indringers. Het was daarom zaak hun onze goeie bedoelingen kenbaar te maken en een aantal regelingen te treffen die de oude bewoners genoeg vrede zouden geven om 'over' te gaan.

Per kamer zetten we een brandende kaars, de wierook en een stukje toermalijn tegen negatieve invloeden neer, waarna we met z'n allen via geestelijk contact Grote Liefde en Goede Bedoelingen overbrachten. Dit ritueel diende gedurende drie dagen te worden uitgevoerd. Het hele huis, dat van onder tot boven vol lag met oude troep, moest zo spoedig mogelijk worden leeggehaald, alle oude fotoos verbrand, en ramen en luiken bleven vanaf dat moment open staan zodat alle negatieve energie eruit, en licht en lucht naar binnen kon stromen. En zo waren er nog wat kleine eisen waaraan voldaan moest worden voor een optimaal resultaat. Wekenlang is allerhande personeel in de weer geweest om de uitbeschrijfelijke rotzooi uit het huis te halen. Van tandenborstels tot kleding, meubilair en gereedschap, zwemdiploma's en bruidsfotoos; alles was er nog. Ton was er blij mee want er zat een hoop oud roest bij, wat hij weer mooi kon gaan omsmeden.

Na verloop van tijd waren alle geesten, op 1 na, uit het huis verdwenen. Maar deze laatste, een vrouw, bleek byzonder hardnekkig, en Saskia durfde nog steeds het huis niet in omdat zij totaal niet begreep waarom haar huis zo werd leegehaald. Terwijl Saskia allang niet meer in Frankrijk was, hebben wij en Anna, de secretaresse, met inzet van Raymond en zijn vriend Paul daarom opnieuw een poging gewaagd tot een laatste uitdrijving. Paul scheen wel meer ervaring te hebben met dergelijke gevallen van hardnekkige ex-bewoners. Voortvarend liep hij alle kamers door met zijn eigen variant op de wichelroede, om uiteindelijk op zolder de verbolgen vrouw aan te treffen. Met een simpele, maar blijkbaar doeltreffende armbeweging, zwiepte hij haar als het ware zó het raam uit, en was het huis eindelijk verlost van alle (kwel)geesten.

Nu maar hopen dat ze wegblijft, en zo niet dan kunt u over een aantal jaar een kamer boeken in een waarachtig 'haunted house'.

zondag 10 oktober 2010

Perceval of hoe een huwelijk bijna uitmondde in een scheiding maar uiteindelijk resulteerde in een baby





De komst van de paarden heeft een behoorlijke impact op ons leven gehad.
Dachten we ze toch een aardig stuk grond te kunnen geven met zo’n 2 hectare, bleek dit bij lange na niet opgewassen tegen 1200 kg paardenvlees wat moest worden gevoed. De paarden kwamen aan het begin van het groeiseizoen, en hoe behoudend we ook waren met het vrijgeven van stukken wei, het gras werd afgeknaagd voordat het de kans kreeg ook maar een millimeter te groeien. Ook beginnende boombladeren, knoppen en zelfs ontkiemde eikels werden door gulzige paardenmonden verslonden. Daarnaast stond er permanent een bol hooi ter beschikking, die eerst werd uitgehold totdat er een soort donut ontstond, waarna uit de restanten de lekkerste hapjes werden opgespoord en de rest op de grond werd vertrapt. Aha, dus dáár waren ruiven voor… na een bui regen veranderde de hooiplaats in een modderpoel en kon je heel wat van het hooi weggooien (overigens gebruik ik dit nu weer in de moestuin als mulch, want aan verspilling doen we natuurlijk niet). Echter zo’n handige hooibesparende ruif met dakje kostte al gauw 1000 euro, was onverplaatsbaar en zou het modderprobleem daardoor alleen maar groter maken. We moesten het er maar mee doen; tenslotte was hooi toch goedkoop en makkelijk te verkrijgen ‘á la campagne’…

Dàt viel even tegen. Boeren deden net zo makkelijk afstand van hun hooi als van hun mest, en de lezer weet inmiddels hoeveel moeite ons dit al had gekost. Je kon immers nooit weten of het gras ook dit jaar weer ging groeien, en dan moest je nog wel wat op voorraad hebben.
Toen dus bleek dat dit niet zo eenvoudig ging worden en tevens dat de paarden niet 1 bol per 2 weken maar per week wegwerkten, kregen we het wel een beetje benauwd. We deden navraag bij iedere boer in de omgeving, bij de mairie en de Cooperative Agricole, en kregen uiteindelijk 1 adres losgepeuterd. Monsieur Audy, een gepensioneerde koeienboer uit het naburige plaatsje Jailleix, kon ons misschien wel helpen. Het kleine tanige mannetje keek op de gebruikelijke manier heel bedenkelijk, krabde eens achter z’n oren en zei dat hij eventueel wel 2 bolletjes kon missen. Behendig manoeuvreerde hij zijn tractor naar de opslagplaats, die uiteraard barstensvol hooi lag, allemaal nog van het vorige jaar. We bedankte hem uitbundig, betaalden hem contant zodat er geen onnodige belasting hoefde te worden betaald en wat hem betreft konden we altijd terugkomen. Dit probleem was dus voorlopig opgelost.

Iedere dag waren we zo bezig met linten verplaatsen, hooi optassen en mest kruien, en daar kwam natuurlijk de verzorging van en wandelen met onze nieuw have nog bij. Al met al slokte dit een aardig deel van onze dag op en liepen de moestuinactiviteiten, laat staan andere projecten, aardig vertraging op. Ik zie het maar als de opstartfase, waarin alles nu eenmaal meer tijd kost, en vond het plezier wat de paarden ons geven er nog altijd ruim tegenop wegen. Voor Ton lag dit iets anders en dat lag mede aan het feit dat Perceval niet het makkelijke, goed getrainde paard bleek, dat ons was voorgespiegeld en waar hij als een blok voor was gevallen.

Na circa 2 gezamenlijke ritten kwamen we tot de conclusie dat ieder voor zich eerst maar eens aan de relatie met zijn/haar paard moest werken voordat we er met z’n vieren op uit trokken. Perceval had namelijk de onhebbelijke gewoonte het af en toe op een rennen te zetten, waarbij hij totaal onbestuurbaar werd. En aangezien paarden elkaar blindelings volgen, wilde ik hier liever niet achter lopen. Nooit zal ik de dag vergeten dat ik rustig in de moestuin bezig was. Lucie was aan het grazen op het veld er omheen, waarvoor ik het pad had afgezet met een lintje. Ton wilde het weer eens met Perceval gaan proberen en stapte rustig op hem weg. Na enige tijd hoorde ik Ton in de verte schreeuwen vergezeld van het geluid van stampende galoperende hoeven. Dit geluid kwam ras dichterbij en voor ik het wist zag ik paard met man dwars door het lint heen springen, waarna hij helemaal buiten zinnen om de moestuin heen rende naar Lucie toe. Pas toen kwam hij enigszins tot bedaren. Goddank had Ton in het zadel kunnen blijven zitten maar het had heel fout af kunnen lopen.

Helaas bleef het hier niet bij. Tijdens iedere rit ging hij op bepaalde punten flippen, en hoe harder Ton dan aan de teugels trok, hoe harder Perceval ging rennen. Eerst dachten we nog dat het misschien aan het zadel lag. Deze was geleend en eigenlijk iets te krap. Of aan het bit. Maar ook toen zadel was vervangen en bit werd weggelaten, verminderde de paniekaanvallen van het paard niet.
We probeerden van alles. Ik ging meelopen om hem, te voet, langs zijn meest gevreesde plekken te loodsen. Ook Ton ging vaak met hem wandelen, waarbij hij zo tam was dat hij hem overal volgde waar Ton maar wilde, dwars door bossen en nauwe openingen. Ik leerde hem stilstaan bij het opstijgen, zodat hij de tocht niet meteen rennend begon maar heel ontspannen. Maar zodra Ton hem besteeg werd hij van tijd tot tijd volstrekt stuurloos.

Ik won eens advies in bij Helene, onze paardrij-instructrice. Zij adviseerde toch om gezamenlijk op pad te gaan omdat Perceval het waarschijnlijk te eng vond in zijn eentje. Aanvankelijk leek dit goed te werken. Zolang Lucie vooropliep , volgde Perceval zo mak als een lammetje. Het probleem was echter dat Lucie helemaal niet graag voorop liep. Bij paarden loopt de leider voorop en de rest van de kudde vertrouwt op zijn of haar oordeel. En bij hun was Perceval de onbetwiste leider. Lucie kon ik alleen met de grootst mogelijke moeite ervan overtuigen voorop te gaan lopen, maar zodra ze iets tegenkwam wat ze een beetje eng vond, weigerde ze in alle toonaarden nog een stap te verzetten. Ze vertrouwde mij nog te weinig om door te gaan en bovendien liet Perceval weten dat hij het geen probleem vond om wel door te lopen. Dit lieten we dan maar even gebeuren, het ging een tijdje goed en dan zette Perceval het weer op een lopen. Menig keer heeft hij dorpjes door gegaloppeerd, wegen overgestoken, boomgaarden doorkruisend en telkens liep het maar net goed af. Tot het op een dag natuurlijk wel mis ging.

We waren nog maar net op weg, of hij begon weer. Ton liet hem maar een beetje begaan, want het was zijn ervaring dat hij dan het snelst kalmeerde. Helaas had Perceval dit keer besloten het bos in te duiken, en daar hing net een boomstam half omgevallen op zijn pad. Zelf kon hij er nog wel onderdoor, maar dat gold niet voor zijn berijder. Ton werd er zonder pardon vanaf geveegd en kwam met een harde smak op zijn rug terecht. Ik zag het niet gebeuren, want ik stond rustig met Lucie te wachten (zover was ik inmiddels) tot de heren weer uit het bos kwamen opduiden, maar toen ik Ton hoorde schreeuwen wist ik wel hoe laat het was. Na zorgvuldige inspectie concludeerden we dat alles veel pijn deed maar nog wel functioneerde en kon Ton naar huis wandelen. Maar we zagen dit wel als de laatste waarschuwing: zo kon het niet langer. De situatie was onhoudbaar geworden.

Op het moment van dit voorval was Saskia Jansen in het land. Saskia is de dochter van de welgestelde familie Jansen die, zoals ik al eerder schreef, in de Emiraten woont, en vlak bij ons een huis heeft. Moeder Tanja en dochter zijn bezeten van paarden, en hebben er zelf 6. Saskia (18 jaar) rijdt van kleins af aan, traint haar eigen (jonge) paarden en streeft ernaar deel te nemen aan de Olympische spelen van 2016. Toen zij van het ongeluk hoorde, bood ze direct aan zelf eens op Perceval te rijden om te kijken waar het aan schortte. Nou was ik daar niet zo’n voorstander van, want ik wilde het niet op mijn geweten hebben dat dit grote sterke paard er met dit meisje vandoor zou gaan en er ik weet niet wat zou kunnen gebeuren. Maar Helene, die we al eerder gevraagd hadden eens te komen kijken, had het te druk, en bovendien had Tanja geen enkel bezwaar, zoveel vertrouwen had zij in het kunnen van haar dochter. Eigenlijk dacht iedereen dat het vooral een kwestie was van het paard eens goed aan te pakken, en dan zou hij weer braaf in het gareel lopen.

Zo kwam het dat op een dag Tanja en Saskia, vergezeld van Pakistaanse chauffeur Omar (tevens butler en hondenoppas, speciaal overgevlogen uit Dubai) met hun twee honden hun opwachting maakten. Nogmaals drukten we haar op het hart bij die eerste bocht goed op te passen omdat het daar altijd misging. Maar haar kon niets gebeuren: ze had immers een cap op, een zweepje bij zich en het paard had een bit in. Rustig wandelde ze het pad af, gevolgd door ons 4 met honden. Het was een hele optocht, en even dachten we nog dat Perceval met zoveel gezelschap misschien helemaal niet ging flippen, maar gelukkig (?) begon hij het inderdaad bij de bewuste bocht op een lopen te zetten. Dankzij al haar ervaring, en met heel veel inspanning, lukte het haar om hem al snel te doen omkeren, zodat ze niet het bos in rende, maar op het veld terecht kwam, waar de risico’s bij een val toch kleiner zijn. Ik voelde m’n hart in mijn keel kloppen bij het zien van de worsteling die volgde. Al heel snel bleken er twee dingen: Saskia was inderdaad een zeer goede ruiter en Perceval was inderdaad een byzonder moeilijk paard. Ze stoven alle kanten op, waarbij Perceval zich met hand en tand verzette tegen zijn onverwachte strenge berijder, maar Saskia zat als een huis. Ze genoot er zelfs van want dit was tenminste weer eens een uitdaging voor haar. Maar ze was het wel helemaal met ons eens dat dit paard absoluut ongeschikt was voor een relatief beginnende ruiter als Ton. Hij was te jong, te dominant en te onervaren en heeft dus een ruiter nodig die in alle opzichten zijn meerdere is.

Hoe verdrietig het ook was dat dit het duidelijke einde leek van ons Perceval-avontuur (zolang je er niet opzit is het immers een schat van een beest), toch waren we blij met deze duidelijke conclusie. We togen aldus gewapend naar Jean-Claude, waar we hem hadden gekocht. JC is een goede vriend van de familie Jansen en ook hij heeft een zo’n hoge pet op van Saskia’s rijkunst, dat hij haar al zijn paarden laat uitproberen, als ze er is, om hun niveau in te schalen (had ze dit destijds maar bij Perceval kunnen doen…)
Totaal verbijsterd waren we over ’s mans reactie. Immers Ton had hem zo graag willen hebben, hij had al vanaf het begin gezegd dat dit paard niet geschikt was en weigerde hem, tegen welke prijs dan ook, terug te nemen. Ook de Jansens hebben nog een goed woordje voor ons gedaan, maar het is heel simpel: JC is bang een paard terug te nemen wat nu heel moeilijk verkoopbaar is. We hadden ons dus niet alleen in het paard maar ook danig in de man vergist.

Er restte ons nu niets anders dan Perceval zelf proberen te verkopen. En dat zou niet meevallen, want wie zit er te wachten op zo’n groot, dominant en onervaren paard? Al googelend kwam ik er echter al snel achter dat ook daar een markt voor is, zij het dat in een groot land als Frankrijk afstanden wel een belangrijke rol spelen. Zo heb ik contact gelegd met Sophie, een meisje dat blijkbaar flink wat paardrij-ervaring heeft want zij gaat een traineeship van een jaar volgen bij een van ex-instructeurs van het Cadre Noir. Dit is de Top of the Bill op paardrijgebied in Frankrijk en te vergelijken met de beroemde Spaanse rijschool uit Wenen. Zij zocht voor deze gelegenheid een paard te leen wat vooral groot, jong en onervaren moest zijn!! Ik had haar het een en ander over Perceval geschreven, vergezeld van fotoos, en ze was erg geïnteresseerd. Op een dag kwam ze inderdaad langs om hem te berijden. Ze was erg van hem gecharmeerd en geloofde dat hij voldoende potentieel had voor de hoge eisen die aan hem gesteld zouden gaan worden. Wel vond ze dat hij op dit moment nog maar minimaal getraind was, en daarmee werd bevestigd wat wij al dachten. Uiteindelijk ging dit echter toch niet door omdat ze een paard had gevonden die wat dichter in de buurt was.

Er was nu weer een aantal weken voorbij gegaan. Saskia kwam terug van een Duits trainingskamp en was graag bereid Perceval een paar lesjes te leren. Hij ging vrij snel vooruit en allengs begon het toch ook bij Ton weer te kriebelen. Misschien toch eens proberen in de wei met hulp van Saskia?
De paarden stonden nu in een wei bij vrienden, waarover later meer, en hier was alle ruimte voor wat oefeningen. Vóór aanvang van de les was Ton zover dat ie bereid was Perceval gratis weg te geven aan een goed adres, na de les was hier geen sprake meer van. Er bleken heel goed verstopt toch een paar knopjes op het paard aanwezig die moesten worden ingedrukt om hem onder controle te kunnen houden, en deze had Ton nu gevonden. Dit gaf natuurlijk een geweldige kick en vanaf dat moment moest het arme paard flink aan de slag. Langzamerhand begonnen paard en ruiter meer naar elkaar toe te groeien, hoewel de galop nog altijd moeilijk blijft. Perceval vindt dit zo leuk dat hij dan helemaal hyper wordt.
Nadat Saskia voor haar opleiding weer terug was naar het Oosten, werd het stokje overgenomen door een Frans vriendinnetje, Rachel. Tegen de tijd dat ook zij voor haar opleiding een paar honderd kilometer verderop vertrok, waren man en paard zover dat ze het ooit zo beruchte pad stapvoets en veilig konden aflopen. Een enorme overwinning! Vanaf dat moment ging het snel. Inmiddels heeft Ton er al weer een paar buitenritten opzitten en zijn we zelfs al een keer samen op pad geweest, helemaal zonder problemen. Hun huwelijk was gered!

Tijdens de zomer had Saskia heel wat tijd doorgebracht op manege Favard, en was daar verliefd geworden op een veulentje van een paar maanden oud, die nu dag en nacht in een donkere box opgesloten was in afwachting van een koper. Beroofd van iedere mogelijkheid tot spelen en rechtstreeks paardencontact, trok hij zich schuw terug als je contact zocht. Zij was de enige die hem er weleens uithaalde zodat hij even z’n benen kon strekken in de manegebak. Dit is natuurlijk geen paardwaardig bestaan en bovendien zou het de kans op problemen later in de omgang met mensen sterk vergroten. Ze had al eens bij ons gepolst of wij niet toevallig zin hadden in gezinsuitbreiding, maar we waren toen in de fase dat we van een paard af probeerden te komen, niet om er een bij te nemen!

Half september kwam ze een paar dagen over naar Frankrijk om de verjaardag van haar vader te vieren. Wij waren ook uitgenodigd. Die avond trok ze alles uit de kast om ons, en dan vooral Ton want zelf vond ik het stiekem wel erg leuk zo’n jong paardenleven erbij, over te halen het beestje te adopteren. Ieder tegenargument van onze kant werd terzijde geschoven: zij zouden overal voor betalen, als het misging omdat het niet klikte met de andere paarden of omdat we het zelf niet aankonden dan zouden zij dit oplossen, werd ik ziek dan zou hun personeel wel voor onze paarden zorgen enz enz. Zo kwam het dat we een dag later bij onze vrienden zaten om te vragen of er misschien nog een paardje bij mocht komen staan en toen dit geen enkel probleem bleek waren we weer een dag later al op weg naar Favard om ons nieuwe kind op te halen…

De volgende ochtend keken we elkaar enigszins verdwaasd aan: was het nu echt zo dat we in een half jaar tijd van geen naar 2, toen bijna nog maar 1 en uiteindelijk 3 paarden waren gegaan? Wat hadden we ons in vredesnaam nu weer op de hals gehaald?
Blijf het volgen op deze Blog!

zaterdag 25 september 2010

eindelijk weer...


beste lezers
wat hèb ik veel reacties gekregen op het feit dat er al zo lang geen nieuwe berichten op deze Blog zijn verschenen... zelfs mijn eigen man vond het nu toch echt tijd worden voor een update, want over je eigen avonturen lezen is vaak leuker dan ze zelf mee te maken ;-)
Maar waarom dan zolang niet geschreven? Eigenlijk twee redenen: ten eerste maken we hier iedere dag zoveel mee dat de gebeurtenissen elkaar inhalen, waardoor ik steeds mijn berichten zou moeten rectificeren. Daar valt niet tegenop te schrijven en leest niet lekker. Bovendien had ik simpelweg geen tijd om te schrijven. Maar behalve geen tijd, zijn de eerste maanden van onze emigratie niet echt gladjes verlopen.
Een aantal problemen zijn van persoonlijke aard en daar wil ik op het World Wide Web niet te veel over uitweiden. Maar ook hadden we nogal wat te stellen met onze nieuwe have. De meesten van jullie weten wel dat dit er onder andere in geresulteerd heeft dat we Moritz weg hebben moeten doen. Dat doet pijn, want je neemt geen hond uit het asiel om hem vervolgens daar weer terug te stoppen, maar het leek ons voor onszelf maar ook voor hem het beste. Hij was hier simpelweg niet op z'n plekkie en dat kan toch ook niet de bedoeling zijn. Gelukkig hebben we inmiddels vernomen dat hij een goed tehuis in Limburg heeft gevonden.
Ook de paarden bleken geen onverdeeld plezier, maar daarover volgt later (als ik weer eens een gaatje kan vinden haha) meer. Wees niet ongerust, ze zijn er nog steeds en er is er zelfs eentje bij!
Uiteindelijk is alles op zijn pootjes terecht gekomen, maar het heeft me een tijd lang niet geïnspireerd om "vrolijke" verhalen te publiceren.

Hoe dan ook, ik beloof beterschap. Binnenkort weer een waarheidsgetrouw relaas van ons Franse leven!
veel liefs en dank voor jullie interesse, Patricia

donderdag 8 april 2010

modder en merde

Het boerenleven is niet alleen rozengeur en zonneschijn. Daags na het arriveren van de paarden stroomde de regen met bakken uit de hemel en om te voorkomen dat het net ontluikende gras onder de enorme hoeven van de nieuwe weidebewoners verloren zou gaan, besloten we het grasgedeelte voor ze af te sluiten. Hierdoor was alleen nog het bosdeel over, wat welliswaar door ons in de loop der jaren al flink was uitgedund, maar waar nog altijd veel bomen staan.
De paarden konden deze beperking maar matig waarderen. Zeker een uur lang draafden en galoppeerden ze langs het zojuist aangebrachte lint, met als enige gevolg dat deze strook er al direct uitzag alsof er een troep wilde zwijnen stevig had huisgehouden. Ook rondom het hooi ontstond binnen twee dagen een modderbad waar je tot je knieën in wegzakte. Het leek de paarden weinig te deren want hoewel ze genoeg plek hadden om droog te staan, bleven de modderigste plekken toch de meest favoriete. Zij hadden waarschijnlijk niet al die paardenboeken gelezen waarin steevast wordt gewaarschuwd voor mok bij modderige, natte omstandigheden, maar wij wel. Wederom togen we dus aan de slag. De gehele voorraad hooi versleepten we 50 meter verderop en bovendien maakten we er een soort korf omheen om te voorkomen dat ze er lekker in gingen staan, op zoek naar de beste plukken. Vooral Perceval heeft er een handje van zijn kop diep in de bol te steken en er zodoende een soort donut van te maken. Op die manier werd er wel erg veel verspild. Na enige uren zwoegen was de klus geklaard en keken we tevreden naar de nieuwe, droge plek. De paarden waren het er echter helemaal niet mee eens. Wat mankeerde er aan de modderpoel? Stug bleven ze de eerst afgedankte en vertrapte hooisprietjes uit de natte derrie plukken. Maar uiteindelijk won hun nieuwsgierigheid het en besloten ze te kijken waarover al die ophef werd gemaakt. Het beviel ze niets. Lucie durfde onder geen beding haar hoofd in de toch zeer ruime korf te steken en Perceval besloot daarop dat dit dan zìjn eetplek moest worden. De hele dag heeft hij Lucie van de plek weggejaagd. Een bezorgd baasje (moi)liep het arme beest achterna met allerlei plukken hooi, die gretig werden geaccepteerd, maar wat bij Perceval dan weer de indruk wekte dat bij mij de lekkerste hapjes te halen waren en derhalve Lucie toch weer verjoeg. Inmiddels lagen er hoopjes hooi op zeker 5 verschillende lokaties. Dit hield hun lekker in beweging, maar ons ook. Na een hele dag van alles geprobeerd te hebben moest het hooi uit de korf worden gehaald en verspreid om er zeker van te zijn dat ook Lucie haar deel kreeg. Onnodig te zeggen dat het terrein inmiddels plaatselijk volledig omgeploegd was en wij ons alleen nog met de grootst mogelijke moeite door de zuigende modder konden verplaatsen. Mijn lage laarzen bleven er prompt in vaststeken en ik moest op kousevoeten verder.

Op het erf was het al niet veel beter. Iedere dag haalden we de paarden uit de wei om ze te borstelen en controleren op wondjes, teken en blessures. Gelukkig beschikken we over een stel stoere paarden die er hun hoeven niet voor omdraaien om zich door struikgewas, bergen bladeren en spekglad geworden hellinkjes te begeven. Vooral Perceval lijkt er een sport van te maken de lat voor zichzelf zo hoog mogelijk te leggen; waar die allemaal doorheen banjert...
Maar goed, door al dat heen er weer geloop van ons, 2 paarden en 3 honden is het huis niet zonder blubber tot aan je enkels te bereiken. Ik heb in de auto een paar schone schoenen gelegd, waar ik dan op mijn kaplaarzen naar toe loop, om voor de buitenwereld althans de schijn te wekken dat wij beschaafde mensen zijn. Logischerwijs is het in huis derhalve ook een grote smeerboel en voor schoonmaken is absoluut geen tijd. Vergeet dus maar al die gelikte fotoos van romantische boerderijen waar geen stofje te bekennen is, het gazon glad als een biljartlaken en het erf keurig is aangeharkt en van onkruid ontdaan; dit is de (blubberige) realiteit!

En dan heb ik het nog niet gehad over alle merde: paardenvijgen, hondendrollen (want die worden nu natuurlijk ook allemaal keurig binnen de omheining gedropt), vogelkak (de meesjes vliegen af en aan het bijhuis binnen omdat er een grote spiegel hangt waarin ze zeer aantrekkelijke paringsmaatjes menen te herkennen) en koeienpoep. Nu hoor ik u denken: weer uitbreiding van de veestapel? Dit is geenszins het geval. We hebben echter 6 kuub kostbare stalmest aan laten rukken om onze moestuin eens rijkelijk te voorzien van het zwarte goud. Nou nou, hoor ik u weer denken, het is maar stront hoor... Daar denken de boeren echter heel anders over.
Een voisin (oftewel buurman) heeft een aantal koeien wier uitwerpselen wij hoog opgetast langs het weiland hadden zien liggen. Hier wil hij vast vanaf, dachten wij in onze onschuld, dus togen wij naar Catweazle zoals we hem hebben gedoopt, met het vriendelijke verzoek of hij deze berg bij ons zou kunnen komen deponeren, tegen betaling uiteraard. Geheel in Franse stijl werd er eens flink achter de oren gekrabt, met de ogen gerold en door de baard geaaid, waarop een impossible volgde. Kunstmest was immers duur en de boeren zaten te springen om de natuurlijke variant. Maar goed, na veel wikken en wegen durfde hij het aan ons 6 kuub van zijn kostbare uitwerpselen te verkopen voor 100 euro, die hij persoonlijk zou komen afleveren. En zo komt het dat wij nu dagelijks mogen genieten van de berg loodzware mest die nu alleen nog maar even over de moestuin hoeft te worden uitgespreid...

Hoe dan ook, na regen komt zonneschijn. De paarden staan te glanzen in de wei, de honden soezen in het zonnetje en ik, ik krui met een tevreden lach m'n vrachtjes stront van d'een of d'ander naar de plaats van bestemming. Het boerenleven is zo slecht nog niet!

zaterdag 27 maart 2010

getrouwd!





donderdag 18 maart was het dan eindelijk zover voor Ton. Na 8 weken dromen van Perceval ging hij er op rijden. De verwachtingen van dit wonderpaard hadden inmiddels natuurlijk buitenproportionele vormen aangenomen dus dan is het maar afwachten wat daar nog van over blijft. Ook ik stond uiteraard te trappelen om Lucie weer te zien.
Moritz hadden we meegenomen omdat we die nog niet alleen achter durfden te laten en Helene, de instructrice, had al toegezegd dat er best een stagiair op hem kon passen. Ik vertelde nog maar niets over het formaat hond...
Hoe dan ook, Lucie en Perceval stonden naast elkaar op stal, zodat ze vast aan elkaar konden wennen. Ze hadden ook al samen een rit gemaakt en bij elkaar in de wei gestaan en dat was niet byzonder goed, maar zeker niet slecht gegaan.
We reden in de buitenbak want Ton wilde zo min mogelijk publiek. Bovendien hadden we daar meer ruimte en kon Moritz daar gezellig toekijken. De lieverd heeft een uur lang rustig toe liggen kijken, volkomen tevreden met alle aandacht en zeer geïnteresseerd in al die vreemde honden die zoveel groter waren dan hij. Wederom had hij een test met glans doorstaan dus en hij was direct mateloos populair bij de aanwezige stagiares.

Ton hield het wel 5 minuten vol om rustig door de bak te stappen, maar ging toen alweer in volle galop kriskras door de ineens toch zeer beperkte ruimte. Het zag er indrukwekkend uit dit enorme paard met volle vaart aan te zien stormen. Onnodig haast te zeggen dat Ton volop genoot. Na 10 minuten lukte het me even contact te leggen en met een big smile verkondigde hij: driedubbel verliefd! Wederzijds moesten ze natuurlijk nog aan elkaar wennen, maar het gevoel was blijkbaar goed.
Ondertussen genoot ook ik weer dubbel en dwars op mijn oude vertrouwde Lucie, heerlijk paard. Als test hebben we nog een tijdje vlak achter elkaar en zelfs naast elkaar (best moeilijk voor paarden) gereden en dit ging echt zeer goed. Ze konden zonder problemen elkaars tempo aannemen en er werd niet geschopt of gebeten. Na de 'les' spraken we reeds af voor de volgende dag om een buitenrit te gaan maken, want hier was ik nu onderhand wel erg benieuwd naar geworden.

Na zo'n lange tijd niet te hebben gereden hadden we de nodige spierpijn, maar dat weerhield ons er niet van de volgende dag weer op een paardenrug te kruipen. Een heerlijk zonnetje en haast zomerse temperaturen maakten het feest compleet.
Perceval is nog een vrij jong paard (7 jaar) en was best nerveus temidden van 4 andere paarden (de stagiares gingen ook mee). Hij wilde het liefst het hele traject op z'n minst in draf maar liever nog in galop afleggen. Of was het de ruiter die dit wilde??!! Afin, na een aantal stukken draven kalmeerde hij wat en nam zijn rustige karakter weer de overhand. Sommige dingen zoals containers langs de weg of wapperend plastic vond ie best eng, maar hij spoot er tenminste niet vandoor.
Lucie was precies wat ik van haar had verwacht en gehoopt. Rustig, onverstoorbaar, stoer en ook pittig genoeg, veel voorwaartser dan tijdens de lessen en helemaal in voor een galopje. Ieder restje twijfel was verdwenen en ook Ton kon zich niet voorstellen dat er een paard bestond dat hem zo aan zou spreken als Perceval.

Na de rit liepen we dus direct naar Jean Claude, de eigenaar, om te zeggen dat we ze kochten. Aangezien er nog veel werk te verrichten valt hier, en Ton tussendoor nog naar Nederland zou gaan, spraken we af dat ze 15 april gebracht zouden worden. Het financiele en administratieve deel wilden we al donderdag 25 maart afhandelen. Het is een bekend gegeven dat niemand graag belasting betaalt en dus vroeg JC of we het bedrag misschien cash wilden voldoen. Gezien alle medewerking die we inmiddels hadden gekregen zeiden we uiteraard ja, en door dit prettige vooruitzicht werden we direct geïnviteerd voor een aansluitende lunch die donderdag.

Het had nog wat voeten in de aarde om het bedrag tijdig cash in handen te krijgen, maar donderdagochtend liepen we met een flinke stapel bankbiljetten de bank uit. JC was al helemaal voorbereid en we konden stipt 12 uur zoals het hoort direct aanschuiven. Maar liefst 3 flessen wijn stonden er klaar. Een voorafje van huisgemaakte foie gras met brood, dan gestoofd varkensvlees met groente en nog een kaasplateau met vruchten na. Het werd steeds moeilijker het rappe tempo van de woordenwaterval nog enigszins te volgen, maar toch lukte het me blijkbaar af en toe wat zinnigs te mompelen, zodat JC hier weer gretig op door kon gaan. Ton raakte al heel gauw het spoor bijster, maar keek dan schuin naar mij om te zien of ie moest knikken of schudden. Vreemd genoeg ging het gesprek niet over paarden, maar vooral over de Perigord, biologisch boeren (waarover hij zeer gepassioneerd was en het stemde hem erg tevreden te horen dat wij dit ook op kleine schaal probeerden) en uiteindelijk de politiek. Na een lunch van drie uur konden we het gesprek dan toch subtiel op de paarden brengen en liepen we naar een andere ruimte voor de papieren. Binnen no time waren wij dan de trotse nieuwe eigenaars van 2 paarden.

Wel vond JC het vreemd dat we zo lang wilden wachten met de aflevering en misschien dat het door de wijn kwam, maar na ampel overleg besloten we dat het dan maar gauw moest gebeuren ook: maandag 29 maart. Dit betekende nog heel veel werk maar het hoogst noodzakelijke konden we dat weekend wel gedaan krijgen.
Snel liepen we nog even naar de paarden, hoe onwerkelijk was het dat ze nu ineens van ons waren geworden! En toen gauw naar huis waar de drie honden gelukkig braaf achter de omheining zaten te wachten. We hadden weer heel wat te verwerken.

De drie dagen erna stonden uiteraard in het teken van de paardenwei. Delen van de houten omheining moesten nog worden aangebracht of verbeterd, eikels worden weggeharkt, mogelijke giftige planten de das om worden gedaan, boomstompjes kort afgezaagd, watervoorziening gerealiseerd (zoveel mogelijk met regenwater uiteraard), hooiplek ingericht, liksteen opgehangen enz enz. Bij de Cooperative hadden we schriklint gekocht en een accu op zonne-energie, om te voorkomen dat de paarden tegen het hek aan gaan schuren of duwen. Dit moesten we nog gaan bevestigen en alle mogelijke begroeiing die ertegen aan zou kunnen komen weghalen. Ondertussen moesten we ook nog langs de mairie (gemeentehuis) voor wat administratieve zaken en reden we nogmaals naar de Coop voor een bigbag van 600 kilo organische meststof om de wei te gaan bemesten. Alles bij elkaar waren de dagen dus weer aardig gevuld, maar daardoor gingen ze teminste wel lekker snel!

Toen werd het maandag, de grote dag waar we al zolang naar hebben uitgekeken. Na een paar grauwe, regen- en stormachtige dagen, was het nu zonnig en warm. Met aanhanger voor een baal hooi reden we naar Ferme de Favard waar we om 10 uur hadden afgesproken. JC had nog wat zaken te regelen dus dat gaf mij de gelegenheid alvast lekker met MIJN paard te gaan knuffelen. Perceval stond een eind verderop in een wei dus Ton moest geduld hebben, maar kon daardoor mooi filmen en fotoos maken van dit unieke moment. Vlak voor we weggingen kwam JC nog met een paar zo goed als nieuwe westernzadels aan die we mochten proberen (en natuurlijk kopen als we het wat vonden). Eindelijk laadden we Lucie in, wat zonder enig probleem verliep, en reden we naar de wei waar Perceval stond. Ook hij ging vlot de trailer in. In optocht reden we toen naar huis. Wij met aanhanger vol hooi en zadels voorop en daarachter JC en Helene met de paardentrailer. Dat gaf wel een triomfantelijk gevoel!!

Het enige waar we een een beetje over in zaten was hoe JC ging reageren op onze wei. Hij zelf heeft namelijk meer dan 40 hectare glooiend grasland terwijl onze paardenwei uit anderhalf hectare bomen en gras bestaat. Deze zorg bleek ongegrond want zowel hij als Helene waren verrukt van ons plekje. Ze wilden dat zij zoveel bomen hadden want dit gaf de paarden veel beschutting tegen de wind en de hete zon. Ook de paarden zagen hun nieuwe stek helemaal zitten. Ze liepen rustig de wei in en begonnen direct te grazen. Binnen het uur hadden ze hun nieuwe omgeving verkend, water gedronken, van de liksteen geprofiteerd en liggen rollen, wat altijd een goed teken is bij paarden. Wij zaten met z'n vieren het tafereel vanaf de veranda te bewonderen met koffie en zelfgemaakte appeltaart, die in goede aarde viel.

Toen JC en Helene weg waren, gingen we natuurlijk gauw naar de paarden. Ze liepen nieuwsgierig naar ons toe en vervolgens op hun gemakkie achter ons aan waar we ook gingen. Toen wij gingen lunchen, hielden zij een galopuurtje. Zeker een uur lang renden ze achter elkaar aan in draf of galop en leken ze het reuze naar hun zin te hebben. Het was een machtig spektakel en we genoten enorm. Vanaf het begin waren de paarden dikke maatjes en we hebben nog geen hap of schop gezien.
De rest van de dag deden we nog wat klusjes in en om de paardenwei, tot grote hilariteit van haar bewoners. Toen we de enorme baal hooi de wei in rolden, zaten ze ons letterlijk op de hielen en probeerden ieder sprietje te bemachtigen waar ze bij konden, terwijl wij de grootste moeite hadden de ruim 200 kg enigszins in goede banen te leiden. Al met al was het een prachtdag, en pas toen de laatste zonnestralen waren verdwenen gingen we naar binnen. Een paardenfilm kijken!

zaterdag 20 maart 2010

eindelijk thuis

Op zaterdag 13 maart begonnen we aan onze laatste gemeenschappelijke reis naar Frankrijk. Terwijl ik de laatste zaken nog regelde, inpakte en schoonmaakte (je weet nooit of er bezichtigingen voor ons huis zouden komen), reed Ton met de meiden naar het asiel om Moritz te gaan halen. Hij zou het spul nog even goed uitlaten, naar mij toekomen en dan vroeg op weg. Zoals dat soort dingen meestal gaan, kwam er ook nu weer wat tussen. Blijkbaar was de spanning Douscha wat te veel geworden en dit botvierde ze op Lizzy, die dit met een lelijke oorverwonding moest bekopen. Met alle spullen stevig ingepakt met zeil en spanbanden op de aanhanger, was het even zoeken naar iets om het arme beest een beetje te verbinden. Gelukkig waren onze buurtjes er om ons uit te zwaaien en wisten we haar gezamenlijk zodanig op te lappen dat ze zonder bloeden de auto inkon. Moritz had intussen, vastgebonden aan de trekhaak liggend op het parkeerterrein, het hele gebeuren rustig liggen aanschouwen.
Eindelijk, 4 uur nadat we waren opgestaan, konden we dan vertrekken. Ik met Lizzy in de Jimny en Ton met de andere 2 en de aanhanger in de Peugeot. Alsof we reallife meededen aan een aflevering van "ik vertrek" reden we luid toeterend de straat uit, ons nieuwe leven tegemoet.

Nog voor Antwerpen belandden we in een file omdat er maar 1 rijstrook beschikbaar was. Daar zit je natuurlijk echt op te wachten met zo'n reis voor de boeg. Gelukkig bleek dit het enige verdere oponthoud te zijn en hebben we na Belgie een rustige reis gehad, zelfs bij Parijs. Omdat we nu niet konden afwisselen met rijden moesten we natuurlijk wat vaker en langer stoppen dan normaal, wat voor de honden ook wel fijn was. De meiden zijn het lange rijden wel gewend, maar dat was voor Moritz uiteraard niet het geval. Desalniettemin heeft hij de hele lange weg geen kik gegeven: hij bleef rustig liggen en stapte na iedere pauze weer braaf de auto in.
Tot aan Orleans voelden we ons prima, en vanaf hier was het doorrijden of overnachten. We kozen voor het eerste, en toen we erge slaap kregen zijn onderweg nog even een dutje gaan doen. Hierbij toonde M zijn wakers-aard; er stopte een auto vlak achter ons en hij ging net zo lang te keer tot ie weer vertrok. Niet echt bevorderlijk voor onze rust uiteraard, maar wel een geruststellend idee, zo'n hond!
Na dit dutje ging het weer iets beter maar de laatste 2 uur was het natuurlijk toch vechten tegen de slaap. Uiteindelijk, na een reis van 15 uur, bereikten we om half 2 's nachts ons nieuwe thuis. Overigens was het wel een koud welkom want buiten was het -2 en binnen +8 graden...

Aangezien de poorten nog niet met spijlen waren dichtgemaakt, moesten we M wel bij ons laten slapen. De meiden lieten we in het hoofdhuis. Nu kwam het erop aan: zou hij na een lange dag suffen nu vreselijk actief worden en blaffen naar ieder vreemd geluid? Niks van dat. Hij drentelde wat door het huisje, zocht een plekje op en heeft de rest van de nacht heerlijk en vooral doodstil liggen pitten. Hij had zijn plekje bij ons nu al ruim verdiend!

De afgelopen week is er weer van alles gebeurd, hierover in volgende berichten meer. Het was in ieder geval een stralend zonnige en warme week met temperaturen tot 23 graden! Echt voorjaar dus. Terwijl we 2 weken geleden nog in de sneeuw liepen, staan hier al overal bloemen in bloei: maartse viooltjes, madeliefjes, paardenbloemen, ereprijs, sleutelbloem en (wilde) narcis schieten als paddenstoelen uit de grond. Het geluid van de koekoek en het bedrijvige fladderen van nestelende mezen maken het lente-gevoel compleet.

Het allereerste wat we hebben gedaan is de poorten zodanig dichtgemaakt dat Moritz binnen de omheining vrij kon rondbanjeren. De dagen erna stonden vooral in het teken van bladblazen, wat lekker snel ging omdat alles heel droog was, moestuingrond bewerken, het hondenverblijf voor Moritz onder de veranda dichttimmeren (op een kant na dan natuurlijk) en sluitwerk voor de poorten aanbrengen.

Moritz is inmiddels aardig gewend, nadat hij de eerste dagen een beetje aan het aftasten was. Wat zijn de regels, wat kan ik verwachten, wat pikken de meiden wel en wat vooral niet, hoe vaak kan ik proberen toch het huis in te lopen enz enz. Maar al met al doet ie het fantastisch. Hij is heel rustig, vreselijk aanhankelijk, speels, flexibel, beetje ondeugend maar zonder lelijk te doen, s'nachts altijd stil maar toch ook enorm waaks. Al op de eerste dag kwam de postbode langs die de schrik van zijn leven kreeg toen voor het hek ineens een woest blaffend monster heen en weer rende. Zonder te keren scheurde hij achteruit het pad af. Ook een argeloze mountainbiker zal beslist nooit meer dit pad inslaan toen drie honden hem aan het eind ervan stonden op te wachten. Het is duidelijk dat M dit waken heerlijk vindt en we hopen haast dat er mensen met verkeerde bedoelingen gaan komen. De lieve knuffelbeer verandert dan op slag in een wezen dat geluiden maakt die rechtstreeks uit Middenaarde lijken te komen. Een keer blafte hij 'nachts omdat er buiten een hert blafte. We voelden het huis letterlijk trillen!! Maar als wij zeggen dat het goed is, kalmeert hij stante pede en kijkt dan vreselijk trots. Nu ligt hij ook 's nachts buiten, op eigen verzoek, en hoeven we beslist niet bang te zijn dat iemand ongezien ons huis kan besluipen.
Kortom, we zijn heel blij met onze nieuwe aanwinst. Trouwens Douscha ook want die is helemaal verliefd; ieder ochtend worden we getrakteerd op een heel verleidingsspel terwijl wij aan de koffie zitten. Lizzy vindt hem nog wel wat eng, maar als ze even zin heeft om lekker rondjes te gaan scheuren weet ze hem wel te vinden. En Moritz, die goedzak, vindt het allemaal wel best.

Wordt vervolgd...

zaterdag 6 maart 2010

het is zover...



...we zijn geëmigreerd!
OK, we zitten nog wel in Nederland, maar officieel mogen we ons nu inwoner van Frankrijk noemen. Nagenoeg exact 13 jaar sinds de plannen zijn ontstaan om een boerderij in de Dordogne te beginnen, hebben we dan eindelijk de beslissende stap genomen. Het is heel onwerkelijk allemaal; niks geen fanfare en trompetgeschal op 1 maart. Sterker nog, toen we bij de gemeente ons uitschrijfbewijs gingen halen, hadden ze de mutatie nog niet eens verwerkt. Wat dat betreft zijn de Nederlandse instanties net zo traag als de Franse.
Zo moesten we van de belastingdienst een voor ons essentiele Verklaring Vrijstelling Inhouding Loonbelasting lospeuteren. Uiteindelijk kregen we het aanvraagformulier pas na 3 maanden! Gelukkig hadden we de veklaring al op een andere manier geregeld zodat het het proces niet vertraagde, maar toch. Of wat te denken van het bij emigranten beroemde E106 formulier van de zorgverzekeraar. Na 3weken, 5 keer bellen en emailen hebben ze het naar Frankrijk gestuurd, zodat ik nu nergens meer sta ingeschreven. En een Certificaat van Overeenstemming, onmisbaar om je auto uit te kunnen voeren, kostte ons maar liefst 3 weken en 120 euro.
Maar goed, alles wat in Nederland geregeld moest worden is geregeld, en nu kunnen we gaan aftellen. Terwijl ik dit schrijf heb ik Open Huis, want het huis staat inmiddels ook in de verkoop.

Het laatste nieuws, hoewel voor de meeste lezers geen nieuws meer, is dat we een derde hond erbij hebben: Moritz. We wilden al lang een zelfstandige erf- en waakhond, en aan deze omschrijving voldoet de Turkse ofwel Anatolische Berghond beslist. Deze geharde honden zijn gefokt om een maand de bergen te worden ingestuurd om een kudde schapen te hoeden en te beschermen tegen wolven, beren en menselijke rovers. Geen hond voor een flatje dus en daarom tot op heden niet haalbaar voor ons. Maar bij fulltime verblijf in Frankrijk kan het natuurlijk wel. Echter ligt dit ras niet voor het oprapen daar, en toen ik dan ook zag dat er hier in Rotterdam een paar in het asiel zaten (men was er blijkbaar achter gekomen dat deze honden inderdaad veel ruimte nodig hebben), kon ik de verleiding niet weerstaan om Ton hier subtiel op te wijzen... En ja, dan ga je kijken, en ja, dan ben je verkocht! Deze enorme loebas is zeer indrukwekkend, maar vreselijk lief, en hij kon het meteen prima vinden met onze meiden. We zijn inmiddels al een paar keer met hem op stap geweest (helaas moet ie wel steeds terug naar het asiel want hier met drie honden binnen gaat niet echt werken), maar dat ging super. Hij vindt alles best, ook autorijden. Kortom, volgende week zaterdag, de dag van vertrek, gaan we hem halen voor de grote trektocht naar het zuiden. Met 2 autoos, 3 honden en een aanhanger vol spullen rijden we ons nieuwe leven tegemoet!

woensdag 27 januari 2010

missie auto geslaagd



We zijn koud een dag in Nederland (en koud is het hier!) of we hebben meteen alweer een afspraak bij de Suzuki dealer voor een proefrit in de rode cabio Jimny. We hebben deze stoere autootjes al heel wat keren voorbij zien rijden, maar eerlijk gezegd vonden het we het nieuwste model hardtop die we in de showroom hadden gezien net iets te gestroomlijnd.
Maar al toen we aan kwamen rijden en we het oudere model cabrio (2004) zagen, waren we direct verkocht! Nog voor we erin hadden gereden wisten we eigenlijk al dat we hem zouden nemen, maar natuurlijk maakten we toch nog gewoon onze proefrit.

Van het rijcomfort hadden we niet al te veel verwacht en ook waren we voorbereid op een klapperend dak, gierende wind en ijskoud interieur, maar we werden in alle opzichten aangenaam verrast. We crosten wat door de polders, en toen we hadden geruild en ik zelf achter het stuur had plaatsgenomen, nam ik na 100 meter de proef op de som voor wat betreft zijn terreinkwaliteiten: een modderig, half bevroren boerenpad met diepe tractorsporen. No way dat ik dit met een andere auto had gedurfd, maar de Jimny gaf geen krimp en had ons daarmee volledig overtuigd.

Voor de Cuore kregen we een aantrekkelijke inruil, er zou een trekhaak gemonteerd gaan worden, enkele deffecten zoals kapotte drukknopen van het dak gerepareerd en toen was ie van ons. 12 februari kunnen we hem ophalen. De tocht naar Frankrijk zal leuk worden want een echte snelwegvreter is het niet, maar verder hopen we er nog jaren plezier van te hebben!

zaterdag 23 januari 2010

Ton verliefd, Patricia verloofd

Eindelijk werd het dan donderdagmiddag. We gingen een beetje vroeger naar de manege dan we hadden afgesproken, in de hoop even alleen te kunnen zijn met de paarden. Onze opzet slaagde, want de twee paarden liepen los in de bak, zodat ze aan elkaar konden wennen. Al snel bleek dat Lucie Leika op de voet volgde, dus het klikte goed tussen hen. Daardoor kon ik echter moeilijk bij Lucie komen, want Leika was continu nieuwsgierig naar wat er aan de andere kant van de bak gebeurde. Ook liep ze al snel achter Ton aan, zodat je een soort polonaise kreeg van Ton, Leika, Lucie en daarachter kwam ik dan nog aangehuppeld. Hoe dan ook was het fijn even los de paarden te kunnen observeren.

Arnaud en Helene kwamen niet veel later, en mocht ik nog twijfels hebben over de ietwat holle rug van Lucie, dan werden ze direct weggenomen door Arnaud. Nadat iedereen mekaar voldoende had geobserveerd, namen we de paarden mee om op te zadelen. Toen we weer de bak in kwamen, had zich op de tribune al een kleine menigte gevormd, die wel zin had in een middagje amusement. Daarbij kwam nog dat Helene ondanks haar pas geopereerde voeten, het in tegenstelling tot de vorige keer, niet kon laten weer les te gaan geven. Ik vond het allemaal wel best want ik had toch alleen oren en ogen voor Lucie en heb een uur lang alleen maar genoten van mijn rustige brave paardje; voor mijn gevoel kon ik alles met haar doen.
Ton verging het intussen ietsje anders. Leika kon het nog steeds niet erg waarderen dat er iemand op haar rug zat die in een rustig drafje keurige rondjes probeerde te rijden. Nee, bochten moet je afsnijden en liefst zo snel mogelijk. Ze leek nog het meest op een ongeleid projectiel, die ik continue in de gaten moest houden want ze deinsde er niet voor terug dwars door ons heen te denderen. Helene probeerde steeds harder haar instructies toe te schreeuwen maar dit had op Ton nou niet bepaald het gewenste effect. Ik zag een steeds gestressder hoofd, wat nog eens versterkt werd door de aanwezigheid van ons ongewenste publiek. Pas toen ik Helene een minuut of 10 kon afleiden aan het eind van het uur, en Ton dus ongestoord zijn gang kon gaan, kreeg hij weer een beetje controle. Maar een erg goed gevoel heeft hij nog niet overgehouden aan zijn ritten op Leika, hoewel er zeker wel potentie is.

Over de combi Lucie-moi was Arnaud heel duidelijk: sans doute oftewel geen twijfel mogelijk. De chemie spatte ervan af en hij was er volledig van overtuigd dat dit een uitstekend paard voor mij was. Toch fijn als iemand die mij al 3 jaar kent en veel verstand van paarden heeft er zo over denkt.
Toen Jean-Claude ter tonele verscheen, verwachtte hij, enigszins tot onze verrassing, een defintief ja of nee mbt de paarden. Dit konden we natuurlijk nog niet zeggen. Ten eerste is de emigratie nog niet eens een feit en ten tweede hebben we nog geen buitenrit gemaakt, waarvoor we de paarden toch primair willen kopen. Maar JC was heel duidelijk: geen ja betekende dat we het risico zouden lopen dat de paarden in de tijd dat we in Nederland zouden zijn, verkocht konden worden. Voor wat betreft Leika was dit niet zo'n probleem omdat we hier nog niet zo zeker van waren, maar ik zag Lucie al voor mijn neus weggekaapt worden. In zo'n situatie is het handig dat je een andere taal spreekt, want nu konden we even ongestoord overleggen. We stelden voor dat we in principe ja zeiden, maar dat als we deze toezegging utieindelijk niet gestand konden doen, hij een bedrag gecompenseerd zou krijgen. Uiteindelijk komt het erop neer dat ik Lucie onder voorbehoud heb gekocht. Lukt dit niet, dan betalen we pensiongeld over de periode dat JC haar heeft bewaard voor mij. Dit leek ons een goeie deal.
Volledig beduusd over deze afloop reden we weer naar huis. Ik voel me nu een soort van verloofd met Lucie!

Maar hoe zit dat dan met Ton die verliefd is?
Hoewel hij Leika nog steeds een geweldig paard vindt, was de uitkomst toch wat teleurstellend. En JC zou geen handelaar zijn, als hij niet onmiddelijk met een ander paard op de proppen was gekomen: Lucky. Deze byzondere kruising trekpaard/Arabier was veel beter geschoold dan Leika en dus ideáál geschikt voor Ton. Hij stond echter wel in een wei op een andere plek. We waren toch nieuwsgierig geworden en besloten vandaag maar even te gaan kijken. Zo op het oog leek het inderdaad een leuk paard: sterk maar niet al te groot en een prachtige gouden gloed in zijn manen en volle staart. Meteen dus maar doorgereden naar de manege om onze bevindingen mede te delen en een afspraak te maken voor een buitenrit in maart. En natuurlijk om Lucie nog even een afscheidsknuffel te geven, want die stond alweer in de wei, terwijl we ons hadden 'verloofd'...

Terwijl we met JC stonden te praten, schoot hem ineens nog een ander paard te binnen: Parcival, genoemd naar een van de ridders van King Arthurs Round Table. Ik zag al een verwachtingsvolle twinkeling in Tons ogen bij het horen van die naam.
Met de auto reden we naar de wei waar een stuk of 6 paarden zich in het ochtendzonnetje lagen te koesteren. Bij onze aankomst stonden ze snel op en het leed geen twijfel: de grote grijze moest het beoogde ridderpaard zijn. Dit klopte en Ton smolt terplekke. De ruin had aanvankelijk meer zin om er met een mooie zwarte merrie vandoor te gaan, maar toen het JC en mij lukte de kudde te separeren van Parcival, kon Ton bij hem staan en bleek het een uitermate kalm, goedmoedig paard, ondanks zijn meer dan imposante verschijning. Het was duidelijk: ook Ton was als een blok gevallen voor een paard, alleen moet hij nu dus 7 weken wachten voordat ie uberhaupt op hem kan rijden, mits hij er nog is!

We sluiten onze 3 weken hier af met ons hoofd in de wolken. Hopelijk a bientot!!

woensdag 20 januari 2010

hekken en weidegrond

De tijd is me zoals altijd weer twee stappen voor want feitelijk ben ik nog bij vorige week donderdag gebleven. De afgelopen week dus maar wat comprimeren.

Na de autojacht en de paardenproefrit, gingen we er vrijdags weer op uit. Nu alle sneeuw weg was durfden we de trip van zo'n 50 kilometer noordwaarts weer aan om het resterende hekwerk op te halen. Dit verliep gelukkig voorspoedig en met een iets tè volgeladen aanhanger reden we haast twee weken later dan gepland naar huis.
Al die uitstapjes zijn leuk en nuttig, maar ze kosten zeeën vol kostbare tijd en we stonden dan ook te popelen weer echt aan de slag te gaan.
De volgende dag was het laatste stuk hekwerk neergezet, waardoor, op de poorten na, het erf honddicht is omheind. Zondag en maandag aan de hoofdpoort gewerkt, die nu klaar is op het sluitwerk na. Vanwege het ongelijke terrein is er geen passend sluitwerk te vinden en besloot Ton dit dan maar zelf te gaan smeden. Dat gaat dus nog wel even duren, maar de eerste resultaten zijn veelbelovend.

Zaterdagmiddag ook nog naar Pasquinel en Ayla geweest. Zij vertrekken binnenkort voor 2 maanden naar Senegal om daar een dorp te gaan helpen een moestuin op te zetten; zelfs de zaden nemen ze mee omdat die mensen daar niks hebben. Het ongelofelijke vind ik dat ze zelf ook nauwelijks geld hebben om van te leven. Ze krijgen een lift (!! per auto naar Afrika..), missen 2 maanden inkomsten en dat allemaal om andere mensen te helpen. Een hart van goud die twee!

Maandag nog een bezoekje afgelegd, aan Djida, de voormalig huishoudster en enig erfgenaam van Milou. Nu de paarden zo dichtbij komen, wordt het terrein waar we al 10jaar min of meer onze zinnen op hebben gezet, wel erg actueel. Dit stuk weide ligt vlakbij ons huis en is zeker 1 1/2 hectare groot; het zou een enorme aanwinst voor ons betekenen. We weten inmiddels wel dat grond kopen een illusie is, dus we gingen met de intentie te vragen of huren misschien een optie zou zijn. Momenteel wordt het nog gehuurd door de Genebres, een boer uit het dorp, maar die zit tegen zijn pensioen aan dus wellicht maakten we een kans. Na haast 2 uur de gebruikelijke social talk durfden we het delicate onderwerp aan te snijden. Gelukkig werd ze niet boos (zoals op onze Nederlandse buren die het ook hadden gewaagd een stukje grond van haar te willen kopen) maar ze zag het nut er niet van in; we hadden immers grond? Tja dat zij nu meer dan 20 hectare in bezit heeft zonder enige agrarische aspiraties, is natuurlijk veel logischer. Hoe dan ook, de grond is verhuurd en daarmee was voor haar de kous af. We hebben haar wel gezegd dan met de Genebres te gaan praten, wellicht dat die dit kleine stukje bij nader inzien toch kunnen missen.
Overigens kwam ze nog wel met een ander stuk grond, waar we ook wel wat mee kunnen. Geheel onsuccesvol was deze middag dus uiteindelijk niet.

Dinsdag alweer op pad. Naar de Coop (kort voor Cooperative Agricole) voor landbouwplastic. Ayla had ons als tip gegeven de moestuin af te dekken met zwart plastic zodat de grond lekker zacht bleef en er geen onkruid opkwam tot je het ging bewerken. Meteen erna aangebracht.
's middags weer eens een paardentochtje bij Arnaud. Dit verliep niet zonder slag of stoot want Tons paard weigerde zijn stalgenoot te verlaten. Ze was zo recalcitrant dat we begonnen te geloven dat ze iets mankeerde. We wilden geen risico nemen en keerden daarom na een half uur alweer om. Ineens was er niets meer aan de hand en liep ze triomphantelijk de goede kant op, waardoor we dus zeker wisten dat het tussen de oren zat. Op onze beurt namen we haar weer beet door vlakbij de manege ineens een ander pad in te slaan zodat ze alsnog een uur extra moest lopen. Toen gaf ze zich maar gewonnen en hebben we toch nog een fijne rit gemaakt.

Vandaag heb ik voornamelijk blad geblazen terwijl Ton met de honden is gaan wandelen en heeft gesmeed. Morgen weer naar Lucie en Leika! Arnaud heeft beloofd ook te komen kijken wat heel fijn is omdat hij uiteraard veel van paarden weet maar ons na 3 jaar ook goed kent. Dat wordt weer spannend!

maandag 18 januari 2010

autojacht

Onze Peugeot is een fantastische reisauto en de Cuore een ideaal stadsautootje, maar beiden zijn niet echt meer aan de orde als we hier straks wonen. Ton zal nog voornamelijk per vliegtuig (dit jaar vanaf Rotterdam!)of later met de camper gaan reizen en met de Cuore komen we ons terrein nog niet eens af met al die modder (of sneeuw). Nee, alle reden om te denken aan een 4WD, maar dan wel van een bescheiden formaat zodat we in de eerste plaats niet al te veel geweld doen aan onze ecologische principes, en ten tweede kunnen we dan ook eens een van de bospaden nemen om wat hout van een van de uithoeken van ons terrein te gaan halen.
Een van de autootjes die je hier heel veel ziet rijden is de Suzuki Jimny en dat leek me wel wat, vooral de rode cabrio-uitvoering. Ik zag mezelf al lekker rondscheuren met kistjes groente achterin voor de diverse klanten, of de honden met de snuit in de wind om ergens te gaan wandelen. Normaal geef ik helemaal niets om auto's en Ton evenmin, maar dit autootje paste wel erg leuk in het plaatje van Joie de Vivre.

Qua concurrentie voor de Jimny waren we gauw uitgekeken want na de hausse van een paar jaar geleden is er nu geen enkel automerk meer met een kleine 4WD. Dus naar de Suzuki dealer in Nederland. Dit viel vies tegen: er waren er in heel Nl nog maar een paar op voorraad en de nieuwe versie zou pas over een half jaar leverbaar zijn; te laat dus voor ons. Bovendien werden cabrio's helemaal niet meer gemaakt, laat staan rode. Dan maar in Frankrijk proberen, ten slotte zie je ze hier overal.
Wij dus maar weer eens een middag uitgetrokken om naar Brive te gaan. Ook hier weinig succes. Er waren er nog wel wat op voorraad (gelukkig een in de showroom dus konden we hem eindelijk eens van dichtbij bekijken) maar evenzogoed geen cabrio's. Bovendien hadden ze nog nooit van een Daihatsu Cuore gehoord (tja, niemand die er hier wat aan heeft natuurlijk)en boden ze op voorhand een belachelijk lage inruil.

Gelukkig hebben we Internet en ben ik dus maar eens gaan speuren naar occasions (bij handelaars want dan kunnen we tenminste inruilen). De Franse dealer had ons hier al weinig kans gegeven een goede occasion te vinden aangezien Fransen nooooooit iets wegdoen, laat staan een superpraktisch onverwoestbaar autootje als de Jimny. Zelfs als wrak zijn ze altijd nog goed genoeg om je erf of bos mee op te fleuren...
In Nederland echter zag ik een kek 2e hands rood cabriootje! In Spijkenisse nog wel. Meteen gebeld. De verkoper leek byzonder blij dat ie kans zag een incourante auto in te ruilen voor de courante Cuore en bood ons telefonisch al een prachtige inruil. Direct dus maar een afspraak voor een proefrit gemaakt voor als we in Nederland zijn.

Hopelijk hebben we ons terrein-gooi-en-smijt-bakkie gevonden!

zondag 17 januari 2010

naar de paarden




donderdag 14 jan. was het zover: we hadden een afspraak op de manege, wat vooral voor Ton natuurlijk spannend was omdat hij dan voor het eerst op Leika zou gaan rijden.
De paarden waren al keurig uit de wei gehaald, wat ons weer een flinke wandeling bespaarde, en na het gebruikelijke zoenen en "social talk" konden we dan eindelijk naar ze toe. Modderig en kletsnat waren ze, maar niets kon ons minder deren.
De arme Leika was behoorlijk van slag. Zij woont al 4 jaar bij Favard en wordt nauwelijks bereden, behalve soms in de zomer met wat toeristen. En nu ineens werd ze in een donkere stal gezet met allemaal mensen om zich heen, werd er gepoetst en gezadeld en moest ze ook nog eens rondjes gaan lopen in de bak. Van haar rustige karakter was nu even niet zoveel meer zichtbaar, maar evenzogoed zat Ton stralend op zijn paard. Hij croste de hele bak door in een flinke draf, maar galopperen lukte niet. Sturen trouwens ook niet. Intussen deed brave Lucie echt alles wat ik wilde en was de chemie tussen ons zo sterk dat ik haar terplekke gekocht zou hebben als ik op dat moment een keuze had moeten maken. Voor mij is er nog weinig twijfel, al wacht ik de buitenrit nog even af.
Ton is ook behoorlijk onder de indruk van zijn Leika en tijdens de fotosessie na de les was ze al een stuk gekalmeerd en liep ze keurig met hem mee.
Al met al zijn we ruim 2 uur met de paarden bezig geweest. We spraken af voor de donderdag erna en reden toen volledig flabbergasted naar huis, nothing but horses on our mind!

zondag 10 januari 2010

witte wereld





Gisterochtend werden we wakker in een witte wereld; een dik pak sneeuw had alle dode bladeren en modder goedmoedig toegedekt met een schoon laken.
Koud was het natuurlijk ook dus besloten we niet aan de poort verder te gaan, wat toch vrij statisch werk is, maar weer eens een paar uurtjes met balken voor de paardenwei-omheining te gaan slepen. De urgentie van een afgesloten wei is nu tenslotte wel wat verhoogd.
Dik ingepakt met verschillende lagen kleding plus een wollen poncho voelde ik me net Svetlana uit Wit Rusland, maar warm kreeg ik het gelukkig wel van het zware werk.

's Middags deden we het iets rustiger aan en gingen we een flinke wandeling in de doodstille witte bossen maken. De honden hadden uiteraard dikke pret. We liepen naar het huis van de Jansens, waar we ook nog wat fotoos van hebben genomen om aan ze toe te sturen. Die kunnen zich in het hete Dubai waarschijnlijk geen besneeuwd Frans huis voorstellen.

Vandaag lag de sneeuw er nog steeds, maar het was iets minder koud want volstrekt windstil. Daarom weer verder gewerkt aan de poort, die nu af is op het tralie- en sluitwerk na. Het was nog een heel gepuzzel om het in ons ongelijke terrein helemaal recht en waterpas te krijgen, maar we zijn zeker niet ontevreden over het resultaat.
Verder nog maar weer eens met balken lopen slepen en hout zagen.

Met deze kou verstoken we iedere dag zeker een grote kruiwagen vol hout, en dan zijn we toch geen koukleumen... Maar we permiteren ons nu voor het eerst ook in het bijhuis (=slaapkamer) een beetje te stoken zodat we 's avonds niet het gevoel hebben in een vrieskist te moeten gaan slapen. Desalniettemin staan 's ochtends de ijsbloemen op de ruiten. De honden laten we daarom maar in de keuken slapen, waar de temperatuur niet verder daalt dan 15 graden. Lizzy is natuurlijk niet echt gezegend met een dikke vacht en die ligt sowieso het liefst tegen de kachel aan, maar ook voor Douscha met haar HD is al die kou niet goed.
Hoe dan ook, volgende week zou het weer afgelopen moeten zijn met de ergste kou. Ergens wel jammer, want het heeft wel wat puurs, zo'n overwintering!

zaterdag 9 januari 2010

Lucie en Leika



Nu de emigratieplannen steeds vastere vormen aan gaan nemen, kunnen we ook serieus gaan nadenken over de paarden. Een goed adres waar veel mogelijk is, hadden we al. En stiekem was ik vorige keer een beetje verliefd geworden op een bont paard genaamd Lucie. Ik had er nog niet echt mijn zinnen op gezet, aangezien ze al die weken dat we in Nederland waren verkocht had kunnen worden, maar ik hoopte natuurlijk wel dat ze er nog was.
Niet-paardenmensen kunnen waarschijnlijk moeilijk begrijpen dat het ene paard het andere nog niet is en bovendien dat het een belangrijke beslissing is, want zo'n beest kan makkelijk 30 worden en al die tijd wil je natuurlijk wel op een veilige manier worden rondgesjouwd.

Gisteren zijn we dus maar gauw naar Ferme Favard gegaan om te zien of ze er nog was en mogelijkerwijs afspraken maken met Jean-Claude, de eigenaar. Daarbij moesten we natuurlijk ook naarstig op zoek naar een paard voor Ton, want een paard hier in z'n uppie, dat mag je haar niet aandoen.
Ondanks temperaturen rond het vriespunt en een ijzige wind, stonden de circa 60 paarden onverstoorbaar op de uitgestrekte vlaktes te grazen zonder veel beschutting. Gelukkig stond Lucie er ook (nog) bij en zij was zelfs degene die als eerste naar ons toekwam. Een goed teken toch?

Uiteraard vond ik haar nog mooier, stoerder en liever dan ze in mijn herinnering al was. Toen we Jean-Claude vertelden dat we serieus op paardenjacht waren, bood hij direct aan Lucie voor mij aan te houden tot ik er volledig over uit was dat ik haar wilde. Alvast een hele geruststelling, hoef ik tenminste geen overhaaste beslissing te nemen! Aangezien hij ons nu een tijdje kent, had hij wel een idee over het soort paard dat bij Ton past. Sterk, rustig en in voor een galopje op z'n tijd. JC wees een paar kanshebbers aan, zei dat we maar eens op ons gemak moesten kijken terwijl hij wat telefoontjes pleegde en daarna konden we een kop thee komen drinken.
Tja, op basis van uiterlijk een keuze maken valt natuurlijk niet mee, maar als je zo een tijdje bij ze staat krijg je toch een aardige indruk. De een houdt zich afzijdig, de ander komt direct naat je toe, sommigen doen er alles aan om hoger op de sociale ladder te komen en veroorzaken daardoor een hoop onrust, terwijl anderen zich zo druk niet maken. In die laatste categorie viel Leika, een cob (koudbloed / trekpaard) die niet eens zo heel hoog was maar wel beresterk. Zij trok zich nergens wat van aan, maar leek onze aandacht zeer te waarderen en kwam byzonder lief over.

Na enige tijd zo te tussen de paarden te hebben doorgebracht (mij had je er rustig de hele dag kunnen laten, als het tenminste niet zo vinnig koud was geweest) liepen we terug naar het huis van JC, die op zijn beurt òns weer had staan observeren en dus precies wist waar onze, dwz Tons, voorkeur naar uitging. Uiteraard bejubelde hij Leika's kwaliteiten als superrustig, betrouwbaar en makkelijk in de omgang en bovendien zou ze een perfect koppel vormen met Lucie. Enfin, zo gauw mogelijk gaan we op deze uitverkorenen rijden en hebben daarbij de afspraak dat we vanaf maart ze een paar maanden rustig kunnen uitproberen.

Met een hoofd vol paarden reden we naar huis. Weer een droom die uitkomt?!