zondag 10 oktober 2010

Perceval of hoe een huwelijk bijna uitmondde in een scheiding maar uiteindelijk resulteerde in een baby





De komst van de paarden heeft een behoorlijke impact op ons leven gehad.
Dachten we ze toch een aardig stuk grond te kunnen geven met zo’n 2 hectare, bleek dit bij lange na niet opgewassen tegen 1200 kg paardenvlees wat moest worden gevoed. De paarden kwamen aan het begin van het groeiseizoen, en hoe behoudend we ook waren met het vrijgeven van stukken wei, het gras werd afgeknaagd voordat het de kans kreeg ook maar een millimeter te groeien. Ook beginnende boombladeren, knoppen en zelfs ontkiemde eikels werden door gulzige paardenmonden verslonden. Daarnaast stond er permanent een bol hooi ter beschikking, die eerst werd uitgehold totdat er een soort donut ontstond, waarna uit de restanten de lekkerste hapjes werden opgespoord en de rest op de grond werd vertrapt. Aha, dus dáár waren ruiven voor… na een bui regen veranderde de hooiplaats in een modderpoel en kon je heel wat van het hooi weggooien (overigens gebruik ik dit nu weer in de moestuin als mulch, want aan verspilling doen we natuurlijk niet). Echter zo’n handige hooibesparende ruif met dakje kostte al gauw 1000 euro, was onverplaatsbaar en zou het modderprobleem daardoor alleen maar groter maken. We moesten het er maar mee doen; tenslotte was hooi toch goedkoop en makkelijk te verkrijgen ‘á la campagne’…

Dàt viel even tegen. Boeren deden net zo makkelijk afstand van hun hooi als van hun mest, en de lezer weet inmiddels hoeveel moeite ons dit al had gekost. Je kon immers nooit weten of het gras ook dit jaar weer ging groeien, en dan moest je nog wel wat op voorraad hebben.
Toen dus bleek dat dit niet zo eenvoudig ging worden en tevens dat de paarden niet 1 bol per 2 weken maar per week wegwerkten, kregen we het wel een beetje benauwd. We deden navraag bij iedere boer in de omgeving, bij de mairie en de Cooperative Agricole, en kregen uiteindelijk 1 adres losgepeuterd. Monsieur Audy, een gepensioneerde koeienboer uit het naburige plaatsje Jailleix, kon ons misschien wel helpen. Het kleine tanige mannetje keek op de gebruikelijke manier heel bedenkelijk, krabde eens achter z’n oren en zei dat hij eventueel wel 2 bolletjes kon missen. Behendig manoeuvreerde hij zijn tractor naar de opslagplaats, die uiteraard barstensvol hooi lag, allemaal nog van het vorige jaar. We bedankte hem uitbundig, betaalden hem contant zodat er geen onnodige belasting hoefde te worden betaald en wat hem betreft konden we altijd terugkomen. Dit probleem was dus voorlopig opgelost.

Iedere dag waren we zo bezig met linten verplaatsen, hooi optassen en mest kruien, en daar kwam natuurlijk de verzorging van en wandelen met onze nieuw have nog bij. Al met al slokte dit een aardig deel van onze dag op en liepen de moestuinactiviteiten, laat staan andere projecten, aardig vertraging op. Ik zie het maar als de opstartfase, waarin alles nu eenmaal meer tijd kost, en vond het plezier wat de paarden ons geven er nog altijd ruim tegenop wegen. Voor Ton lag dit iets anders en dat lag mede aan het feit dat Perceval niet het makkelijke, goed getrainde paard bleek, dat ons was voorgespiegeld en waar hij als een blok voor was gevallen.

Na circa 2 gezamenlijke ritten kwamen we tot de conclusie dat ieder voor zich eerst maar eens aan de relatie met zijn/haar paard moest werken voordat we er met z’n vieren op uit trokken. Perceval had namelijk de onhebbelijke gewoonte het af en toe op een rennen te zetten, waarbij hij totaal onbestuurbaar werd. En aangezien paarden elkaar blindelings volgen, wilde ik hier liever niet achter lopen. Nooit zal ik de dag vergeten dat ik rustig in de moestuin bezig was. Lucie was aan het grazen op het veld er omheen, waarvoor ik het pad had afgezet met een lintje. Ton wilde het weer eens met Perceval gaan proberen en stapte rustig op hem weg. Na enige tijd hoorde ik Ton in de verte schreeuwen vergezeld van het geluid van stampende galoperende hoeven. Dit geluid kwam ras dichterbij en voor ik het wist zag ik paard met man dwars door het lint heen springen, waarna hij helemaal buiten zinnen om de moestuin heen rende naar Lucie toe. Pas toen kwam hij enigszins tot bedaren. Goddank had Ton in het zadel kunnen blijven zitten maar het had heel fout af kunnen lopen.

Helaas bleef het hier niet bij. Tijdens iedere rit ging hij op bepaalde punten flippen, en hoe harder Ton dan aan de teugels trok, hoe harder Perceval ging rennen. Eerst dachten we nog dat het misschien aan het zadel lag. Deze was geleend en eigenlijk iets te krap. Of aan het bit. Maar ook toen zadel was vervangen en bit werd weggelaten, verminderde de paniekaanvallen van het paard niet.
We probeerden van alles. Ik ging meelopen om hem, te voet, langs zijn meest gevreesde plekken te loodsen. Ook Ton ging vaak met hem wandelen, waarbij hij zo tam was dat hij hem overal volgde waar Ton maar wilde, dwars door bossen en nauwe openingen. Ik leerde hem stilstaan bij het opstijgen, zodat hij de tocht niet meteen rennend begon maar heel ontspannen. Maar zodra Ton hem besteeg werd hij van tijd tot tijd volstrekt stuurloos.

Ik won eens advies in bij Helene, onze paardrij-instructrice. Zij adviseerde toch om gezamenlijk op pad te gaan omdat Perceval het waarschijnlijk te eng vond in zijn eentje. Aanvankelijk leek dit goed te werken. Zolang Lucie vooropliep , volgde Perceval zo mak als een lammetje. Het probleem was echter dat Lucie helemaal niet graag voorop liep. Bij paarden loopt de leider voorop en de rest van de kudde vertrouwt op zijn of haar oordeel. En bij hun was Perceval de onbetwiste leider. Lucie kon ik alleen met de grootst mogelijke moeite ervan overtuigen voorop te gaan lopen, maar zodra ze iets tegenkwam wat ze een beetje eng vond, weigerde ze in alle toonaarden nog een stap te verzetten. Ze vertrouwde mij nog te weinig om door te gaan en bovendien liet Perceval weten dat hij het geen probleem vond om wel door te lopen. Dit lieten we dan maar even gebeuren, het ging een tijdje goed en dan zette Perceval het weer op een lopen. Menig keer heeft hij dorpjes door gegaloppeerd, wegen overgestoken, boomgaarden doorkruisend en telkens liep het maar net goed af. Tot het op een dag natuurlijk wel mis ging.

We waren nog maar net op weg, of hij begon weer. Ton liet hem maar een beetje begaan, want het was zijn ervaring dat hij dan het snelst kalmeerde. Helaas had Perceval dit keer besloten het bos in te duiken, en daar hing net een boomstam half omgevallen op zijn pad. Zelf kon hij er nog wel onderdoor, maar dat gold niet voor zijn berijder. Ton werd er zonder pardon vanaf geveegd en kwam met een harde smak op zijn rug terecht. Ik zag het niet gebeuren, want ik stond rustig met Lucie te wachten (zover was ik inmiddels) tot de heren weer uit het bos kwamen opduiden, maar toen ik Ton hoorde schreeuwen wist ik wel hoe laat het was. Na zorgvuldige inspectie concludeerden we dat alles veel pijn deed maar nog wel functioneerde en kon Ton naar huis wandelen. Maar we zagen dit wel als de laatste waarschuwing: zo kon het niet langer. De situatie was onhoudbaar geworden.

Op het moment van dit voorval was Saskia Jansen in het land. Saskia is de dochter van de welgestelde familie Jansen die, zoals ik al eerder schreef, in de Emiraten woont, en vlak bij ons een huis heeft. Moeder Tanja en dochter zijn bezeten van paarden, en hebben er zelf 6. Saskia (18 jaar) rijdt van kleins af aan, traint haar eigen (jonge) paarden en streeft ernaar deel te nemen aan de Olympische spelen van 2016. Toen zij van het ongeluk hoorde, bood ze direct aan zelf eens op Perceval te rijden om te kijken waar het aan schortte. Nou was ik daar niet zo’n voorstander van, want ik wilde het niet op mijn geweten hebben dat dit grote sterke paard er met dit meisje vandoor zou gaan en er ik weet niet wat zou kunnen gebeuren. Maar Helene, die we al eerder gevraagd hadden eens te komen kijken, had het te druk, en bovendien had Tanja geen enkel bezwaar, zoveel vertrouwen had zij in het kunnen van haar dochter. Eigenlijk dacht iedereen dat het vooral een kwestie was van het paard eens goed aan te pakken, en dan zou hij weer braaf in het gareel lopen.

Zo kwam het dat op een dag Tanja en Saskia, vergezeld van Pakistaanse chauffeur Omar (tevens butler en hondenoppas, speciaal overgevlogen uit Dubai) met hun twee honden hun opwachting maakten. Nogmaals drukten we haar op het hart bij die eerste bocht goed op te passen omdat het daar altijd misging. Maar haar kon niets gebeuren: ze had immers een cap op, een zweepje bij zich en het paard had een bit in. Rustig wandelde ze het pad af, gevolgd door ons 4 met honden. Het was een hele optocht, en even dachten we nog dat Perceval met zoveel gezelschap misschien helemaal niet ging flippen, maar gelukkig (?) begon hij het inderdaad bij de bewuste bocht op een lopen te zetten. Dankzij al haar ervaring, en met heel veel inspanning, lukte het haar om hem al snel te doen omkeren, zodat ze niet het bos in rende, maar op het veld terecht kwam, waar de risico’s bij een val toch kleiner zijn. Ik voelde m’n hart in mijn keel kloppen bij het zien van de worsteling die volgde. Al heel snel bleken er twee dingen: Saskia was inderdaad een zeer goede ruiter en Perceval was inderdaad een byzonder moeilijk paard. Ze stoven alle kanten op, waarbij Perceval zich met hand en tand verzette tegen zijn onverwachte strenge berijder, maar Saskia zat als een huis. Ze genoot er zelfs van want dit was tenminste weer eens een uitdaging voor haar. Maar ze was het wel helemaal met ons eens dat dit paard absoluut ongeschikt was voor een relatief beginnende ruiter als Ton. Hij was te jong, te dominant en te onervaren en heeft dus een ruiter nodig die in alle opzichten zijn meerdere is.

Hoe verdrietig het ook was dat dit het duidelijke einde leek van ons Perceval-avontuur (zolang je er niet opzit is het immers een schat van een beest), toch waren we blij met deze duidelijke conclusie. We togen aldus gewapend naar Jean-Claude, waar we hem hadden gekocht. JC is een goede vriend van de familie Jansen en ook hij heeft een zo’n hoge pet op van Saskia’s rijkunst, dat hij haar al zijn paarden laat uitproberen, als ze er is, om hun niveau in te schalen (had ze dit destijds maar bij Perceval kunnen doen…)
Totaal verbijsterd waren we over ’s mans reactie. Immers Ton had hem zo graag willen hebben, hij had al vanaf het begin gezegd dat dit paard niet geschikt was en weigerde hem, tegen welke prijs dan ook, terug te nemen. Ook de Jansens hebben nog een goed woordje voor ons gedaan, maar het is heel simpel: JC is bang een paard terug te nemen wat nu heel moeilijk verkoopbaar is. We hadden ons dus niet alleen in het paard maar ook danig in de man vergist.

Er restte ons nu niets anders dan Perceval zelf proberen te verkopen. En dat zou niet meevallen, want wie zit er te wachten op zo’n groot, dominant en onervaren paard? Al googelend kwam ik er echter al snel achter dat ook daar een markt voor is, zij het dat in een groot land als Frankrijk afstanden wel een belangrijke rol spelen. Zo heb ik contact gelegd met Sophie, een meisje dat blijkbaar flink wat paardrij-ervaring heeft want zij gaat een traineeship van een jaar volgen bij een van ex-instructeurs van het Cadre Noir. Dit is de Top of the Bill op paardrijgebied in Frankrijk en te vergelijken met de beroemde Spaanse rijschool uit Wenen. Zij zocht voor deze gelegenheid een paard te leen wat vooral groot, jong en onervaren moest zijn!! Ik had haar het een en ander over Perceval geschreven, vergezeld van fotoos, en ze was erg geïnteresseerd. Op een dag kwam ze inderdaad langs om hem te berijden. Ze was erg van hem gecharmeerd en geloofde dat hij voldoende potentieel had voor de hoge eisen die aan hem gesteld zouden gaan worden. Wel vond ze dat hij op dit moment nog maar minimaal getraind was, en daarmee werd bevestigd wat wij al dachten. Uiteindelijk ging dit echter toch niet door omdat ze een paard had gevonden die wat dichter in de buurt was.

Er was nu weer een aantal weken voorbij gegaan. Saskia kwam terug van een Duits trainingskamp en was graag bereid Perceval een paar lesjes te leren. Hij ging vrij snel vooruit en allengs begon het toch ook bij Ton weer te kriebelen. Misschien toch eens proberen in de wei met hulp van Saskia?
De paarden stonden nu in een wei bij vrienden, waarover later meer, en hier was alle ruimte voor wat oefeningen. Vóór aanvang van de les was Ton zover dat ie bereid was Perceval gratis weg te geven aan een goed adres, na de les was hier geen sprake meer van. Er bleken heel goed verstopt toch een paar knopjes op het paard aanwezig die moesten worden ingedrukt om hem onder controle te kunnen houden, en deze had Ton nu gevonden. Dit gaf natuurlijk een geweldige kick en vanaf dat moment moest het arme paard flink aan de slag. Langzamerhand begonnen paard en ruiter meer naar elkaar toe te groeien, hoewel de galop nog altijd moeilijk blijft. Perceval vindt dit zo leuk dat hij dan helemaal hyper wordt.
Nadat Saskia voor haar opleiding weer terug was naar het Oosten, werd het stokje overgenomen door een Frans vriendinnetje, Rachel. Tegen de tijd dat ook zij voor haar opleiding een paar honderd kilometer verderop vertrok, waren man en paard zover dat ze het ooit zo beruchte pad stapvoets en veilig konden aflopen. Een enorme overwinning! Vanaf dat moment ging het snel. Inmiddels heeft Ton er al weer een paar buitenritten opzitten en zijn we zelfs al een keer samen op pad geweest, helemaal zonder problemen. Hun huwelijk was gered!

Tijdens de zomer had Saskia heel wat tijd doorgebracht op manege Favard, en was daar verliefd geworden op een veulentje van een paar maanden oud, die nu dag en nacht in een donkere box opgesloten was in afwachting van een koper. Beroofd van iedere mogelijkheid tot spelen en rechtstreeks paardencontact, trok hij zich schuw terug als je contact zocht. Zij was de enige die hem er weleens uithaalde zodat hij even z’n benen kon strekken in de manegebak. Dit is natuurlijk geen paardwaardig bestaan en bovendien zou het de kans op problemen later in de omgang met mensen sterk vergroten. Ze had al eens bij ons gepolst of wij niet toevallig zin hadden in gezinsuitbreiding, maar we waren toen in de fase dat we van een paard af probeerden te komen, niet om er een bij te nemen!

Half september kwam ze een paar dagen over naar Frankrijk om de verjaardag van haar vader te vieren. Wij waren ook uitgenodigd. Die avond trok ze alles uit de kast om ons, en dan vooral Ton want zelf vond ik het stiekem wel erg leuk zo’n jong paardenleven erbij, over te halen het beestje te adopteren. Ieder tegenargument van onze kant werd terzijde geschoven: zij zouden overal voor betalen, als het misging omdat het niet klikte met de andere paarden of omdat we het zelf niet aankonden dan zouden zij dit oplossen, werd ik ziek dan zou hun personeel wel voor onze paarden zorgen enz enz. Zo kwam het dat we een dag later bij onze vrienden zaten om te vragen of er misschien nog een paardje bij mocht komen staan en toen dit geen enkel probleem bleek waren we weer een dag later al op weg naar Favard om ons nieuwe kind op te halen…

De volgende ochtend keken we elkaar enigszins verdwaasd aan: was het nu echt zo dat we in een half jaar tijd van geen naar 2, toen bijna nog maar 1 en uiteindelijk 3 paarden waren gegaan? Wat hadden we ons in vredesnaam nu weer op de hals gehaald?
Blijf het volgen op deze Blog!