zondag 19 december 2010

le potager



En hoe is het met je moestuin? Een vraag die ik regelmatig gesteld krijg, als ik weer een nieuw Blogbericht heb gepubliceerd. Logisch, want het lijkt haast wel of ons leven draait om paarden, spoken en ambtenarij. Toch heb ik de afgelopen maanden heel wat uurtjes in mijn tuin doorgebracht, en ik heb alle geïnteresseerden beloofd hier een apart hoofdstuk aan te wijden.

Het laatste wat ik hier zo'n beetje over heb geschreven, is dat we een enorme berg koeiepoep hadden laten aanrukken om de tuingrond te verbeteren. Dat spul is compact en loodzwaar, en het heeft wel een paar weken in bespag genomen om dit over de percelen te verdelen en in te werken. Het had in ieder geval tot gevolg dat het onkruid dit jaar groteske proporties aannam. Vooral het gras, wat maar nauwelijks wil groeien op de plekken waar dit juist zo gewenst is, viel nauwelijks onder de duim te houden. Om van de nood nog enigszins een deugd te maken, liet ik het op sommige onbebouwde plekken lekker doorgroeien om aan de paarden te voeren. Daar waar ik toch de voorkeur gaf aan voor ons eetbare gewassen, trok in het er maar regelmatig met handenvol uit, om direct ter plekke de daardoor onstane kale grond mee te bedekken. Dit principe heet mulchen en heeft als doel nieuwe onkruidgroei te onderdukken en verdroging van de grond tegen te gaan waardoor je minder hoeft te sproeien. Heel ecologisch dus.
Gelukkig zijn er ook heel wat nuttige onkruiden die goed eetbaar zijn. Zo groeide er bij voorbeeld spontaan brave hendrik en postelein die je als spinazie kunt eten, en paardebloem, weegbree en duizendblad voor in de sla. En op een perceel stonden de mooiste wilde bloemen, dus dat was een feest voor het oog, én voor de bijen, die op hun beurt weer nuttig werk verrichten bij de bestuiving van tomaten en pompoenen.

De te bebouwen percelen verdeelden we in 5 categorieën:
* aardappelen, een vroeg en een bewaarras
* wortel- en knolgewassen: radijzen, witlof (die in 2 fasen groeit: eerst de wortel, vandaar in dit perceel, en vanaf oktober wordt de krop getrokken), uien / sjalotten, knoflook en bietjes. Ook hebben we hier de peulgewassen in de vorm van sperziebonen en tuinbonen bijgezet, omdat al deze groentes een matige bemesting vragen.
* bladgewassen: diverse slasoorten, spinazie (die overigens niet opkwam), snijbiet (erg populair bij de wantsen die me vaak net voor waren bij de oogst), prei voor in de winter en het koolgewas broccoli. Deze laaste werd vorig jaar volledig opgevreten door aardvlooien, maar had het dit jaar zo goed naar z'n zin, dat ik weer met een overschot van tot bloei gekomen planten zat. Heel mooi, maar niet eetbaar. Toen ik las dat paarden verzot zijn op broccoli, had ik ook hier weer een goeie bestemming voor.
* vruchtgewassen: tomaten, courgette en aardbeien. Een tweede perceel was gereserveerd voor pompoenen. De zaden hiervan had ik van een vriendin gekregen, en bleek uiteindelijk uit verschillende variëteiten te bestaan. Eigenlijk had ik deze vooral geplant als bodembedekker tegen onkruid. Ooit had mijn moeder namelijk eens een pompoensoep gemaakt, die zo vies was, dat zelfs zij hem niet wilde eten! Maar nu ik eenmaal toch zo'n grote oogst had, ben ik op zoek gegaan naar goeie recepten. Dat was een ontdekking; zowel in zoete als hartige gerechten smaken ze heerlijk. Als soep, gevuld of gegrild, heel veelzijdig. Makkelijk te telen (mits voldoende mest). En nog decoratief ook. Voortaan zullen ze een vast onderdeel uitmaken van de moestuin. De aardbeien bleken een stuk ingewikkelder want favoriet bij heel wat diersoorten. Ik had twee soorten: bij de ene soort was ik steevast te laat want zodra er een verkleurde, ging er een beest mee aan de haal. De andere soort wilde echter helemaal niet verkleuren. Ik had deze plantjes van Ayla gehad. Op een dag vroeg ze me of ik al had kunnen oogsten. Ik antwoordde dat ze maar niet wilden rijpen, waarop ze hard moest lachen. Dit waren namelijk witte aardbeien die niet verkleurden om vogels te misleiden! Dit was dus ook bij mij goed gelukt. En hoewel ze er niet aantrekkelijk uitzagen, smaakten ze voortreffelijk.
* wintergroenten. Verschillende zaaisels van rapen en selderij wilden niet opkomen, maar de spruiten deden het prima, en daardoor kunnen we ook nu nog eten uit eigen tuin. Naast alle groentes die verwerkt of anderzins bewaard zijn natuurlijk.

Het meest trots was ik op de tomaten. Ik had wel 6 soorten op een biologische markt gehaald, en ondanks dat ik in mei nog in de sneeuw (!!) erop uit moest om ze van bevriezing te redden, had ik een fantastische oogst. Quasi nonchalant kon ik zo al tomaten weggeven op een moment dat de meeste andere telers nog tegen kleine groene knikkers aan zaten te kijken. Tot in november hadden we cherrytomaatjes.

Verkocht heb ik niets, uitsluitend weggeven. Dit is veel leuker en bijna iedereen waardeert het enorm om verse biologische groentes te krijgen. Anna heeft er zelfs een ambtenaar mee 'omgekocht' die kwam om te bepalen of er vergunningen konden worden verstrekt. Zelf had ik zoiets nooit gedurfd, maar toen ik Anna bij haar vertrek een grote zak groentes gaf, gaf ze direct een groot deel ervan weg aan de dame, die het maar wat graag aannam. Toegegeven, qua geldelijke waarde stelt het niet veel voor, maar de ongegeneerdheid waarmee dit gepaard ging was toch enigszins verbazingwekkend. Maar zelfs na alle toestanden om het pad (waarover later meer), is ze nog altijd op onze hand.
Met een paar potten zelfgemaakte vijgenjam heb ik een paar hardwerkende mannen bedankt die de hele dag in vreselijk regenweer op het dak van het kantoortje hadden geploeterd. En ook de boeddistische geestenuitdrijver was blij met een berg legumes, plein d'amour (oftewel met liefde geteelde groentes).

Hoewel het met de teelten dus allemaal best lekker liep, schoten we met de structuur van de moestuin nog steeds niet op. Enkele percelen waren dan wel al omzoomd met stenen, maar die vielen regelmatig om door regen, mollen of mezelf. Aangezien het nogal een bloedkarwei was geweest om ze neer te zetten, besloten we er niet mee door te gaan maar een andere oplossing te zoeken die steviger, maar vooral sneller was. Ook goedkoop en ecologisch verantwoord waren belangrijke voorwaarden. Deze oplossing onden we tijdens een van onze bezoekjes aan de houtzagerij. Hier verkopen ze voor een luttel bedrag zaagoverschotten zoals de begin-en eindplanken waar alleen maar schors op zit. Deze zijn mooi, duurzaam, sterk, relatief snel neer te zetten en als ze in de loop van de jaren vergaan voegt het weer voedsel toe aan de bodem. Na ettelijke keren heen en weer rijden hadden we dan 100 bruikbare planken die we alvast provisorisch tegen de bedjes hebben neergezet totdat we tijd hebben ze met paaltjes te stutten. Ik vrees dat daar wel weer een zomer overheen zal gaan...
Inmiddels waren van de percelen zonder stenen rand de opgehoogde grond al behoorlijk afgekalfd en op de paden terecht gekomen. Hoelang ik al niet met schepjes heb zitten ploeteren om die allemaal af te graven, het was nu nauwelijks meer zichtbaar. Daar had ik geen tweede keer zin meer in. Als onderdeel van het grote project hebben we daarom ook de moestuin laten profiteren van de aanwezigheid van een graafmachine. In 2 dagen tijd heeft deze alle paadjes keurig opnieuw afgegraven, in een cirkel om de moestuin heen nog een rondpad, waarvan de aarde in een cirkel daar weer omheen is gestort om ruimte te creeren voor kleinfruit, en ook nog eens 24 kuilen van 1 m3 voor de aanplant van fruitbomen.

Een boomgaard staat al jarenlang in de planning maar we hebben er altijd nogal tegenaan gehikt. Er zijn namelijk nogal wat factoren om rekening mee te houden. De standplaats (grondsoort, hoeveelheid zon, afwatering) bepaalt je rassenkeuze. Vervolgens kijk je naar zelfbestuivend of kruisbestuiver, vroege of late rassen, bewaarbaar of meteen opeten, toepassingsmogelijkheden, smaak uiteraard, stamhoogte (meestal 3 variaties mogelijk. Hoe lager de stam hoe eerder je fruit hebt, maar hoe korter de boom meegaat) en heel belangrijk bij biologische teeltwijze: ziekteresistentheid. Dit is al een studie op zich, maar grootste probleem is hoe je aan de juiste bomen komt. Na enig speurwerk op het internet had ik een instantie gevonden die oude streekeigen rassen kweekte en daarmee in stand hield. Oude rassen zijn veelal beter bestand tegen ziektes omdat er vroeger nu eenmaal nog niet zoveel giffen in de handel waren en de bomen die het overleefden dus heel sterk waren. Ook leek het ons wel leuk rassen te kopen die min of meer typisch zijn voor deze streek.
Op de site waren alle rassen voorzien van een omschrijving, en dat was nodig ook want ik kende er practisch geen een. Maar als je dan bedenkt dat er alleen al 88 soorten kersenbomen te vinden waren, waarbij je dan ook nog een keuze moet maken uit verschillende onderstammen en leeftijd van de boom, dan begrijp je dat ik weer vele avonden heel zoet was... Het resultaat was 7 appel-, 4 peren-, 4 pruimen-, 2 kersen-, 2 perzik-, 2 hazelnoot-, 2 walnootbomen en 1 vijg (want daar hadden we er al een van).

Nu we dan eindelijk bomen hadden (natuurlijk op z'n frans met de nodige vertragingen en ergernissen), en er kuilen waren voorgegraven, leek de rest een koud kunstje. Nou koud was het wel begin januari, maar simpel niet. Onder een 20 cm dikke vruchtbare toplaag begint een massa uiterst compacte rode klei, die door de regen nog zwaarder en onhandelbaarder was geworden (de graafmachine was helaas al weer vertrokken). Met een spitvork moesten we het spul van de berg afsteken maar vervolgens moest je het dan weer van je spitvork afschrapen, waarna het weer bleef plakken aan het gereedschap dat je daarvoor gebruikte en ga zo maar door. Fruitbomen houden uiteraard ook niet van een dergelijke ondoordringbare laag dus had ik ter voorbereiding al aanhangers vol turf, compost en kalk aangerukt om hierdoorheen te mengen. Aangezien Ton er maar een week was, moesten we minimaal 3 bomen per dag planten. Dat lukte uiteindelijk en nu maar hopen dat we snel de vruchten van deze zware arbeid mogen gaan plukken!

dinsdag 26 oktober 2010

Franse bureaucratie

Ik krijg heel wat klachten over mijn nieuwe woonland Frankrijk. Om te beginnen wonen er natuurlijk Fransen, en daar mankeert nogal wat aan. Ze zijn lui, staken altijd, houden zich nooit aan hun afspraken, zijn vreselijk onbeleefd als ze je moeten bedienen en natuurlijk spreken ze geen woord over de grens. Het brood is er niet te vreten, de supermarkten te duur en fatsoenlijke hollandse kaas kennen ze ook al niet, dus die moet je zelf meeslepen. En als je als vakantievierende Nederlander hen dan toch met je komst wilt verblijden, dan moet je nog betalen voor hun wegen ook...
Wat zoek ik toch in hemelsnaam in dit achtergebleven gebied? Er moet toch wel iets zijn dat het hier de moeite waard maakt om het goed georganiseerde Nederland voor te verlaten? Wat minder regeltjes bijvoorbeeld?

Helaas, niets is minder waar. Frankrijk blijkt nog bureaucratischer en ingewikkelder te zijn dan de ergste Nederlandse ambtelijke molen. Om eerlijk te zijn hadden we dit al wel gehoord, maar nog niet veel van ondervonden, tot we gingen emigreren dus.
Zo moesten we twee auto's importeren. We hadden al wel een idee van wat hiervoor moest gebeuren, maar hoopten via de mairie meer te weten te komen.pas de probleme luidde het door ons met argwaan aangehoorde antwoord. U vult gewoon dit formuliertje in, kentekenbewijsje erbij en een aan uzelf gerichte enveloppe, et voila, binnen twee weken is de felbegeerde carte grise bij u in huis. Pfff, dat viel mee. Toch maar wel even een kopietje gemaakt van de kentekenbewijzen want die franse La Poste vertrouwen we niet zo. Van de behulpzame secretaresse kregen we bovendien nog een attest mee dat de carte grise in aanvraag was en we wel degelijk de eigenaren waren van de bewuste voertuigen.
Een maand later lagen de bekende groene kentekenbewijzen weer vrolijk in de bus. Niets simpel, we dienden een enorme wastlijst aan papieren te doneren voordat we ons aan de nederlandse wegenbelasting mochten gaan onttrekken. OK, paspoort, rijbewijs, kentekenbewijs lagen voor de hand. Electriciteitsnota: voor ons ook al geen verrassing, want aangezien je in Frankrijk niet als inwoner wordt ingeschreven in de gemeente, is de enige manier om aan te tonen dat je bewoner bent van het door jou opgegeven adres de water- of electriciteitsnota. Verder moest er een aantal formulieren worden ingevuld, een Certificaat van overeenstemming, het aankoopbewijs van je auto en het controlerapport van de technische keuring. Dan alleen nog maar een verklaring van het belastingkantoor met de absurde titel: Certificat d’acquisition d’un véhicle terrestre à moteur en provenance de la Communaute Européenne par une personne non identifiée à la TVA. Waarvoor ik dus 1 keer voor niets kwam omdat ik niet alle benodigde papieren bij me had (zucht) en nog een keer omdat ze staakten (jawel...). Als we aan genoeg postzegels konden komen om dit allemaal op te sturen, dan kon dit uiteraard, maar wij besloten het zekere voor het onzekere te nemen en af te reizen naar Perigeux, alwaar de Prefecture gevestigd is.

Een stampvolle wachtkamer bewees dat niet alleen wij onze kostbare documenten liever persoonlijk overhandigden. Na enige tijd wachten, mochten we dan eindelijk ons vrachtje gaan afleveren. De byzonder onvriendelijke (inderdaad...) baliemedewerkster vroeg tegen beter weten in of we werkelijk dachten alles bij ons te hebben. Ik besloot geen valse hoop te wekken en zei: ik hoop het... Dit antwoord stemde haar niet bepaald vriendelijker, maar toen ik haar twee keurige stapels overhandigde waar alle gevraagde informatie alvast op volgorde gerangschikt was, fleurde ze al wat op. Met ieder aanwezig essentieel onderdeeltje werd ze vrolijker en tot ieders grote opluchting bleek alles in orde. Eindelijk konden we zaken doen.
Jammer dat de computer niet helemaal meewerkte in het registreren van onze oude kentekens, maar dat was dan ook de enige dissonante. 2 uur later en tegen betaling van enkele honderden euros, waren onze auto's na 4 maanden ingevoerd in Frankrijk.
Alleen nog maar even kentekenplaten laten maken, Nederlandse instanties op de hoogte stellen, BPM en wegenbelasting terugvragen...

Nu waren we klaar voor het grote werk in de wereld van de bureaucratie: het aanvragen van vergunningen. We hebben namelijk een nogal omvangrijk project op stapel staan, waarover inhoudelijk in een ander bericht meer, en dit wilden we dan toch maar eens officieel aanpakken. Te meer daar het project geleid zou worden door Bert Jansen, onze Nl buurman die havens ontwerpt en aanlegt in de Emiraten en alle tekeningen voor zijn rekening zou nemen, en hierin gesteund werd door zijn Franse secretaresse Anna. Zij deed voor ons al het papier en regelwerk.

Ooit was ons te kennen gegeven dat we in een beschermd natuurgebied woonden (da's mooi) maar daarom nog geen hondenhok neer mochten zetten. Alleen aanbouwen was toegestaan, dus hadden we de geplande paardenschuilstal, zadelkamer,opslagplaats en het kantoortje allemaal aan ons huis vast laten ontwerpen.
Toen de 'bouwinspectrice' kwam kijken naar onze plannen, maakten we ons dan ook geen zorgen over de haalbaarheid hiervan. Maar wederom kwam hier een waslijst van regeltjes tevoorschijn, die vast verzonnen zijn door een ambtenaar die zich stierlijk verveelde tijdens een van de stakingen. Begrijp goed dat we er helemaal voor zijn om een oud huis niet te verknallen met allerlei rare uitbouwtjes hoor. En we snappen best dat je je er niet met een paar golfplaten van af mag maken. Maar wij moesten dus exact dezelfde dakpannen gebruiken als die er al lagen (NB dit zijn niet de originele dakpannen) en het dak van de aanbouw moest hetzelfe verloop hebben als de bestaande woning. Deze lopen bij ons zo steil dat je dan 2 meter verder al op de grond zou zitten en er van een aanbouw dus geen sprake kan zijn.
Er was nog een probleempje. Voor het oog onzichtbaar, maar op de kadastrale tekeningen zo vastgelegd, lag het openbare pad naar ons huis direct tegen de woning aan, en daar mocht dus niet op gebouwd worden. Dat alleen wij dit gebruiken deed er niet toe, en dat in werkelijkheid de aanbouw niet op het pad zou komen ook niet.

En nu komt het. Want waar de Fransen nóg beter in zijn dan het bedenken van regeltjes, is in het omzeilen ervan. Zelfs de controlerende instanties werken er graag aan mee hun land leefbaar te houden.
De oplossing voor de daken was simpel: als de nieuwe daken niet even steil konden worden als de bestaande, dan moesten de bestaande maar (op papier) even steil worden als de nieuwe. Er werd vriendelijk verzocht een nieuwe tekening aan te leveren waarbij de daken een pietsje platter waren gemaakt (nou goed, heel veel platter dus) et voila, er was aan de regel van gelijke steilheid voldaan. Tijdens de eindinspectie zou hier dan niet zo heel precies naar gekeken worden, zo werd ons beloofd. De eerste vergunning was rond.

De weg lag wat ingewikkelder, qua uitvoering dan. Als je op een openbare weg niet mag bouwen, dan (u voelt hem al) moet je zorgen dat de weg privebezit wordt. Het antwoord lag voor de hand, meneer de burgermeester was het er helemaal mee eens, maar helaas moeten hier weer zoveel instanties zich tegenaan bemoeien, dat het pad nu meer op een lijdensweg gaat lijken. Gelukkig hebben we inmiddels geleerd geduld te hebben en gaan er dus maar vanuit dat er op korte termijn toch echt gebouwd kan worden.

Tot slot was er nog ons afvalwaterprobleem. Met al die verspreide huisjes is het aanleggen van riolering onbegonnen zaak en dient een ieder zelf zorg te dragen voor een verantwoorde waterafvoer. Dat van ons zat er al toen we het kochten en is dus inmiddels al 30 jaar oud. Het water van de keuken en wasmachine loopt via een vetbezinkput zó ons bos in. De toilet mondt uit in een sceptic tank, maar voor douche en bad is geen enkele voorziening. Uiteraard zijn we extreem voorzichtig in middelen die we gebruiken. Zo wassen we onze kleding in aswater, jawel, gewone as uit de kachel, water erbij, door zandstenenfiltratie en je hebt een prima, goedkoop en ecologisch zeer verantwoord wasmiddel!
Maar van overheidswege vinden eens in de 5 jaar inspecties plaats, en ons systeem werd alleen nog maar goedgekeurd omdat het water in ons eigen bos belandt. Dus nu we toch de boel hier gaan verbouwen, dachten we dit meteen mee te nemen. Hierover bleek niet de gemeente, maar het waterbedrijf te gaan. Er moest een inspecteur langskomen, a la raison de 150 euro, die advies zou uitbrengen, en daarna nog eens terug zou komen om te controleren. Wij dachten er met de aanleg van een grote fosse toutes eaux vanaf te komen, wat met een graafmachine niet al te ingewikkeld en duur hoeft te zijn. Maar de inspecteur dacht hier toch duidelijk anders over. Een 3000 liter tank, ja, maar daarna moest ook nog een filtratiebak van 25 vierkante meter en anderhalve meter diep te worden gebouwd, met overloop en weet ik het wat nog meer. Deze moest ook nog eens 10 meter van iedere boom verwijderd staan (leuk als je in een bos woont). Dat betekende dus kappen, graven en drillen, want de rotsbodem zit vlak onder het grondoppervlak. Kosten minimaal 6000 euro...
Toevallig wisten wij dat er weleens subsidie wordt gegeven, maar dit ging voor ons niet op: wij werden immers nog niet verplicht iets te veranderen. Toen ik antwoordde dat ik het dan maar zo liet totdat we volledig strafbaar waren geworden, zodat ook wij de helft vergoed zouden krijgen, bleek er nog wel een beetje over te praten.

Immers, dit advies was volgens de meest stricte officiele normen. Daar hoefden wij natuurlijk niet zo precies aan te voldoen. Als we nu gewoon een nieuwe tank voor de hele badkamer namen, en een soort filtratiegreppel, dan hoefden we ons nergens druk over te maken. En aangezien dit advies officieel natuurlijk niet gegeven was, hoefden we ook die 150 euro niet te betalen...

Kijk, dàt is dus typisch Frankrijk!

zaterdag 16 oktober 2010

Ghostbusters

woord vooraf: daar het aantal lezers gestaag groeit is om privacy redenen een aantal namen met terugwerkende kracht gefingeerd. echter alle verhalen waren en blijven helemaal waar gebeurd.

Dat we een onalledaags leven leiden, is inmiddels wel duidelijk. Maar terwijl je als boer toch stevig met je poten in de klei hoort te staan, houden we ons ook bezig met meer spirituele zaken. De meesten zullen zich de verhalen over Boedistische zoem-sessies, honden zoekacties met wichelroedes en pendellessen maar al te goed kunnen herinneren, maar tot op heden hadden we ons nog niet direct tot de geestenwereld aangewend. De aankoop van een spookhuis bracht hier verandering in.

De familie Jansen had met het oog op alle paardenplannen een flink stuk grond erbij gekocht, waar toevallig ook nog eens een aantal huizen en bijgebouwen op stond. Ondernemend als ze zijn, werd hier al snel een bestemming aan gegeven. Een groot, statig herenhuis zou worden verbouwd tot Chambres d'hotes en Saskia, die hotelschool ging doen, kon dit project dan later mooi gaan leiden. Echter iedere keer dat ze het huis betrad, kreeg ze het onbehagelijke gevoel dat ze er niet welkom was. Hoewel ze toch echt een heel nuchter type is, voelde ze telkens de aanwezigheid van geesten en ze durfde op een gegeven moment het huis niet meer in. Dit is niet erg handig voor een toekomstige hoteleigenaar.

Ik had haar al eens het verhaal verteld over hoe we met behulp van een wichelroede Lizzy hadden teruggevonden, en begin van de zomer informeerde ze voorzichtig naar degene die ons had geholpen en of hij ook eens naar het huis wilde komen kijken. Raymond, de man om wie het hier ging, was wel te porren voor dit spirituele avontuur. Teneinde alle rituelen goed uit te kunnen voeren, moesten de Jansens zorgen voor een grote voorraad kaarsen, een flinke brok toermalijn en het juiste merk wierook. Gewapend met pendels en wichelroedes begaven we ons naar het huis, waar Raymond begon met te bepalen via welke kant we naar binnen mochten. Dat valt nog niet mee om die geesten gunstig te stemmen! Toen we toestemming hadden liepen we, toch niet helemaal op ons gemak, het huis in. Saskia werd bleek, stil en voelde zich duidelijk niet goed. Dit was zeker geen aanstellerij, het meisje was echt heel bang. Ook Raymond voelde de aanwezigheid van diverse geesten en ook dat deze niet erg blij waren met onze komst. In het huis had zich tijdens de Tweede Wereld oorlog namelijk een drama afgespeeld. De toenmalige bewoners waren terplekke door de Duitsers gefusileerd en dit had ervoor gezorgd dat de overledenen geen rust konden vinden in het hiernamaals. Ze beschouwden het huis nog als het hunne en wensten geen indringers. Het was daarom zaak hun onze goeie bedoelingen kenbaar te maken en een aantal regelingen te treffen die de oude bewoners genoeg vrede zouden geven om 'over' te gaan.

Per kamer zetten we een brandende kaars, de wierook en een stukje toermalijn tegen negatieve invloeden neer, waarna we met z'n allen via geestelijk contact Grote Liefde en Goede Bedoelingen overbrachten. Dit ritueel diende gedurende drie dagen te worden uitgevoerd. Het hele huis, dat van onder tot boven vol lag met oude troep, moest zo spoedig mogelijk worden leeggehaald, alle oude fotoos verbrand, en ramen en luiken bleven vanaf dat moment open staan zodat alle negatieve energie eruit, en licht en lucht naar binnen kon stromen. En zo waren er nog wat kleine eisen waaraan voldaan moest worden voor een optimaal resultaat. Wekenlang is allerhande personeel in de weer geweest om de uitbeschrijfelijke rotzooi uit het huis te halen. Van tandenborstels tot kleding, meubilair en gereedschap, zwemdiploma's en bruidsfotoos; alles was er nog. Ton was er blij mee want er zat een hoop oud roest bij, wat hij weer mooi kon gaan omsmeden.

Na verloop van tijd waren alle geesten, op 1 na, uit het huis verdwenen. Maar deze laatste, een vrouw, bleek byzonder hardnekkig, en Saskia durfde nog steeds het huis niet in omdat zij totaal niet begreep waarom haar huis zo werd leegehaald. Terwijl Saskia allang niet meer in Frankrijk was, hebben wij en Anna, de secretaresse, met inzet van Raymond en zijn vriend Paul daarom opnieuw een poging gewaagd tot een laatste uitdrijving. Paul scheen wel meer ervaring te hebben met dergelijke gevallen van hardnekkige ex-bewoners. Voortvarend liep hij alle kamers door met zijn eigen variant op de wichelroede, om uiteindelijk op zolder de verbolgen vrouw aan te treffen. Met een simpele, maar blijkbaar doeltreffende armbeweging, zwiepte hij haar als het ware zó het raam uit, en was het huis eindelijk verlost van alle (kwel)geesten.

Nu maar hopen dat ze wegblijft, en zo niet dan kunt u over een aantal jaar een kamer boeken in een waarachtig 'haunted house'.

zondag 10 oktober 2010

Perceval of hoe een huwelijk bijna uitmondde in een scheiding maar uiteindelijk resulteerde in een baby





De komst van de paarden heeft een behoorlijke impact op ons leven gehad.
Dachten we ze toch een aardig stuk grond te kunnen geven met zo’n 2 hectare, bleek dit bij lange na niet opgewassen tegen 1200 kg paardenvlees wat moest worden gevoed. De paarden kwamen aan het begin van het groeiseizoen, en hoe behoudend we ook waren met het vrijgeven van stukken wei, het gras werd afgeknaagd voordat het de kans kreeg ook maar een millimeter te groeien. Ook beginnende boombladeren, knoppen en zelfs ontkiemde eikels werden door gulzige paardenmonden verslonden. Daarnaast stond er permanent een bol hooi ter beschikking, die eerst werd uitgehold totdat er een soort donut ontstond, waarna uit de restanten de lekkerste hapjes werden opgespoord en de rest op de grond werd vertrapt. Aha, dus dáár waren ruiven voor… na een bui regen veranderde de hooiplaats in een modderpoel en kon je heel wat van het hooi weggooien (overigens gebruik ik dit nu weer in de moestuin als mulch, want aan verspilling doen we natuurlijk niet). Echter zo’n handige hooibesparende ruif met dakje kostte al gauw 1000 euro, was onverplaatsbaar en zou het modderprobleem daardoor alleen maar groter maken. We moesten het er maar mee doen; tenslotte was hooi toch goedkoop en makkelijk te verkrijgen ‘á la campagne’…

Dàt viel even tegen. Boeren deden net zo makkelijk afstand van hun hooi als van hun mest, en de lezer weet inmiddels hoeveel moeite ons dit al had gekost. Je kon immers nooit weten of het gras ook dit jaar weer ging groeien, en dan moest je nog wel wat op voorraad hebben.
Toen dus bleek dat dit niet zo eenvoudig ging worden en tevens dat de paarden niet 1 bol per 2 weken maar per week wegwerkten, kregen we het wel een beetje benauwd. We deden navraag bij iedere boer in de omgeving, bij de mairie en de Cooperative Agricole, en kregen uiteindelijk 1 adres losgepeuterd. Monsieur Audy, een gepensioneerde koeienboer uit het naburige plaatsje Jailleix, kon ons misschien wel helpen. Het kleine tanige mannetje keek op de gebruikelijke manier heel bedenkelijk, krabde eens achter z’n oren en zei dat hij eventueel wel 2 bolletjes kon missen. Behendig manoeuvreerde hij zijn tractor naar de opslagplaats, die uiteraard barstensvol hooi lag, allemaal nog van het vorige jaar. We bedankte hem uitbundig, betaalden hem contant zodat er geen onnodige belasting hoefde te worden betaald en wat hem betreft konden we altijd terugkomen. Dit probleem was dus voorlopig opgelost.

Iedere dag waren we zo bezig met linten verplaatsen, hooi optassen en mest kruien, en daar kwam natuurlijk de verzorging van en wandelen met onze nieuw have nog bij. Al met al slokte dit een aardig deel van onze dag op en liepen de moestuinactiviteiten, laat staan andere projecten, aardig vertraging op. Ik zie het maar als de opstartfase, waarin alles nu eenmaal meer tijd kost, en vond het plezier wat de paarden ons geven er nog altijd ruim tegenop wegen. Voor Ton lag dit iets anders en dat lag mede aan het feit dat Perceval niet het makkelijke, goed getrainde paard bleek, dat ons was voorgespiegeld en waar hij als een blok voor was gevallen.

Na circa 2 gezamenlijke ritten kwamen we tot de conclusie dat ieder voor zich eerst maar eens aan de relatie met zijn/haar paard moest werken voordat we er met z’n vieren op uit trokken. Perceval had namelijk de onhebbelijke gewoonte het af en toe op een rennen te zetten, waarbij hij totaal onbestuurbaar werd. En aangezien paarden elkaar blindelings volgen, wilde ik hier liever niet achter lopen. Nooit zal ik de dag vergeten dat ik rustig in de moestuin bezig was. Lucie was aan het grazen op het veld er omheen, waarvoor ik het pad had afgezet met een lintje. Ton wilde het weer eens met Perceval gaan proberen en stapte rustig op hem weg. Na enige tijd hoorde ik Ton in de verte schreeuwen vergezeld van het geluid van stampende galoperende hoeven. Dit geluid kwam ras dichterbij en voor ik het wist zag ik paard met man dwars door het lint heen springen, waarna hij helemaal buiten zinnen om de moestuin heen rende naar Lucie toe. Pas toen kwam hij enigszins tot bedaren. Goddank had Ton in het zadel kunnen blijven zitten maar het had heel fout af kunnen lopen.

Helaas bleef het hier niet bij. Tijdens iedere rit ging hij op bepaalde punten flippen, en hoe harder Ton dan aan de teugels trok, hoe harder Perceval ging rennen. Eerst dachten we nog dat het misschien aan het zadel lag. Deze was geleend en eigenlijk iets te krap. Of aan het bit. Maar ook toen zadel was vervangen en bit werd weggelaten, verminderde de paniekaanvallen van het paard niet.
We probeerden van alles. Ik ging meelopen om hem, te voet, langs zijn meest gevreesde plekken te loodsen. Ook Ton ging vaak met hem wandelen, waarbij hij zo tam was dat hij hem overal volgde waar Ton maar wilde, dwars door bossen en nauwe openingen. Ik leerde hem stilstaan bij het opstijgen, zodat hij de tocht niet meteen rennend begon maar heel ontspannen. Maar zodra Ton hem besteeg werd hij van tijd tot tijd volstrekt stuurloos.

Ik won eens advies in bij Helene, onze paardrij-instructrice. Zij adviseerde toch om gezamenlijk op pad te gaan omdat Perceval het waarschijnlijk te eng vond in zijn eentje. Aanvankelijk leek dit goed te werken. Zolang Lucie vooropliep , volgde Perceval zo mak als een lammetje. Het probleem was echter dat Lucie helemaal niet graag voorop liep. Bij paarden loopt de leider voorop en de rest van de kudde vertrouwt op zijn of haar oordeel. En bij hun was Perceval de onbetwiste leider. Lucie kon ik alleen met de grootst mogelijke moeite ervan overtuigen voorop te gaan lopen, maar zodra ze iets tegenkwam wat ze een beetje eng vond, weigerde ze in alle toonaarden nog een stap te verzetten. Ze vertrouwde mij nog te weinig om door te gaan en bovendien liet Perceval weten dat hij het geen probleem vond om wel door te lopen. Dit lieten we dan maar even gebeuren, het ging een tijdje goed en dan zette Perceval het weer op een lopen. Menig keer heeft hij dorpjes door gegaloppeerd, wegen overgestoken, boomgaarden doorkruisend en telkens liep het maar net goed af. Tot het op een dag natuurlijk wel mis ging.

We waren nog maar net op weg, of hij begon weer. Ton liet hem maar een beetje begaan, want het was zijn ervaring dat hij dan het snelst kalmeerde. Helaas had Perceval dit keer besloten het bos in te duiken, en daar hing net een boomstam half omgevallen op zijn pad. Zelf kon hij er nog wel onderdoor, maar dat gold niet voor zijn berijder. Ton werd er zonder pardon vanaf geveegd en kwam met een harde smak op zijn rug terecht. Ik zag het niet gebeuren, want ik stond rustig met Lucie te wachten (zover was ik inmiddels) tot de heren weer uit het bos kwamen opduiden, maar toen ik Ton hoorde schreeuwen wist ik wel hoe laat het was. Na zorgvuldige inspectie concludeerden we dat alles veel pijn deed maar nog wel functioneerde en kon Ton naar huis wandelen. Maar we zagen dit wel als de laatste waarschuwing: zo kon het niet langer. De situatie was onhoudbaar geworden.

Op het moment van dit voorval was Saskia Jansen in het land. Saskia is de dochter van de welgestelde familie Jansen die, zoals ik al eerder schreef, in de Emiraten woont, en vlak bij ons een huis heeft. Moeder Tanja en dochter zijn bezeten van paarden, en hebben er zelf 6. Saskia (18 jaar) rijdt van kleins af aan, traint haar eigen (jonge) paarden en streeft ernaar deel te nemen aan de Olympische spelen van 2016. Toen zij van het ongeluk hoorde, bood ze direct aan zelf eens op Perceval te rijden om te kijken waar het aan schortte. Nou was ik daar niet zo’n voorstander van, want ik wilde het niet op mijn geweten hebben dat dit grote sterke paard er met dit meisje vandoor zou gaan en er ik weet niet wat zou kunnen gebeuren. Maar Helene, die we al eerder gevraagd hadden eens te komen kijken, had het te druk, en bovendien had Tanja geen enkel bezwaar, zoveel vertrouwen had zij in het kunnen van haar dochter. Eigenlijk dacht iedereen dat het vooral een kwestie was van het paard eens goed aan te pakken, en dan zou hij weer braaf in het gareel lopen.

Zo kwam het dat op een dag Tanja en Saskia, vergezeld van Pakistaanse chauffeur Omar (tevens butler en hondenoppas, speciaal overgevlogen uit Dubai) met hun twee honden hun opwachting maakten. Nogmaals drukten we haar op het hart bij die eerste bocht goed op te passen omdat het daar altijd misging. Maar haar kon niets gebeuren: ze had immers een cap op, een zweepje bij zich en het paard had een bit in. Rustig wandelde ze het pad af, gevolgd door ons 4 met honden. Het was een hele optocht, en even dachten we nog dat Perceval met zoveel gezelschap misschien helemaal niet ging flippen, maar gelukkig (?) begon hij het inderdaad bij de bewuste bocht op een lopen te zetten. Dankzij al haar ervaring, en met heel veel inspanning, lukte het haar om hem al snel te doen omkeren, zodat ze niet het bos in rende, maar op het veld terecht kwam, waar de risico’s bij een val toch kleiner zijn. Ik voelde m’n hart in mijn keel kloppen bij het zien van de worsteling die volgde. Al heel snel bleken er twee dingen: Saskia was inderdaad een zeer goede ruiter en Perceval was inderdaad een byzonder moeilijk paard. Ze stoven alle kanten op, waarbij Perceval zich met hand en tand verzette tegen zijn onverwachte strenge berijder, maar Saskia zat als een huis. Ze genoot er zelfs van want dit was tenminste weer eens een uitdaging voor haar. Maar ze was het wel helemaal met ons eens dat dit paard absoluut ongeschikt was voor een relatief beginnende ruiter als Ton. Hij was te jong, te dominant en te onervaren en heeft dus een ruiter nodig die in alle opzichten zijn meerdere is.

Hoe verdrietig het ook was dat dit het duidelijke einde leek van ons Perceval-avontuur (zolang je er niet opzit is het immers een schat van een beest), toch waren we blij met deze duidelijke conclusie. We togen aldus gewapend naar Jean-Claude, waar we hem hadden gekocht. JC is een goede vriend van de familie Jansen en ook hij heeft een zo’n hoge pet op van Saskia’s rijkunst, dat hij haar al zijn paarden laat uitproberen, als ze er is, om hun niveau in te schalen (had ze dit destijds maar bij Perceval kunnen doen…)
Totaal verbijsterd waren we over ’s mans reactie. Immers Ton had hem zo graag willen hebben, hij had al vanaf het begin gezegd dat dit paard niet geschikt was en weigerde hem, tegen welke prijs dan ook, terug te nemen. Ook de Jansens hebben nog een goed woordje voor ons gedaan, maar het is heel simpel: JC is bang een paard terug te nemen wat nu heel moeilijk verkoopbaar is. We hadden ons dus niet alleen in het paard maar ook danig in de man vergist.

Er restte ons nu niets anders dan Perceval zelf proberen te verkopen. En dat zou niet meevallen, want wie zit er te wachten op zo’n groot, dominant en onervaren paard? Al googelend kwam ik er echter al snel achter dat ook daar een markt voor is, zij het dat in een groot land als Frankrijk afstanden wel een belangrijke rol spelen. Zo heb ik contact gelegd met Sophie, een meisje dat blijkbaar flink wat paardrij-ervaring heeft want zij gaat een traineeship van een jaar volgen bij een van ex-instructeurs van het Cadre Noir. Dit is de Top of the Bill op paardrijgebied in Frankrijk en te vergelijken met de beroemde Spaanse rijschool uit Wenen. Zij zocht voor deze gelegenheid een paard te leen wat vooral groot, jong en onervaren moest zijn!! Ik had haar het een en ander over Perceval geschreven, vergezeld van fotoos, en ze was erg geïnteresseerd. Op een dag kwam ze inderdaad langs om hem te berijden. Ze was erg van hem gecharmeerd en geloofde dat hij voldoende potentieel had voor de hoge eisen die aan hem gesteld zouden gaan worden. Wel vond ze dat hij op dit moment nog maar minimaal getraind was, en daarmee werd bevestigd wat wij al dachten. Uiteindelijk ging dit echter toch niet door omdat ze een paard had gevonden die wat dichter in de buurt was.

Er was nu weer een aantal weken voorbij gegaan. Saskia kwam terug van een Duits trainingskamp en was graag bereid Perceval een paar lesjes te leren. Hij ging vrij snel vooruit en allengs begon het toch ook bij Ton weer te kriebelen. Misschien toch eens proberen in de wei met hulp van Saskia?
De paarden stonden nu in een wei bij vrienden, waarover later meer, en hier was alle ruimte voor wat oefeningen. Vóór aanvang van de les was Ton zover dat ie bereid was Perceval gratis weg te geven aan een goed adres, na de les was hier geen sprake meer van. Er bleken heel goed verstopt toch een paar knopjes op het paard aanwezig die moesten worden ingedrukt om hem onder controle te kunnen houden, en deze had Ton nu gevonden. Dit gaf natuurlijk een geweldige kick en vanaf dat moment moest het arme paard flink aan de slag. Langzamerhand begonnen paard en ruiter meer naar elkaar toe te groeien, hoewel de galop nog altijd moeilijk blijft. Perceval vindt dit zo leuk dat hij dan helemaal hyper wordt.
Nadat Saskia voor haar opleiding weer terug was naar het Oosten, werd het stokje overgenomen door een Frans vriendinnetje, Rachel. Tegen de tijd dat ook zij voor haar opleiding een paar honderd kilometer verderop vertrok, waren man en paard zover dat ze het ooit zo beruchte pad stapvoets en veilig konden aflopen. Een enorme overwinning! Vanaf dat moment ging het snel. Inmiddels heeft Ton er al weer een paar buitenritten opzitten en zijn we zelfs al een keer samen op pad geweest, helemaal zonder problemen. Hun huwelijk was gered!

Tijdens de zomer had Saskia heel wat tijd doorgebracht op manege Favard, en was daar verliefd geworden op een veulentje van een paar maanden oud, die nu dag en nacht in een donkere box opgesloten was in afwachting van een koper. Beroofd van iedere mogelijkheid tot spelen en rechtstreeks paardencontact, trok hij zich schuw terug als je contact zocht. Zij was de enige die hem er weleens uithaalde zodat hij even z’n benen kon strekken in de manegebak. Dit is natuurlijk geen paardwaardig bestaan en bovendien zou het de kans op problemen later in de omgang met mensen sterk vergroten. Ze had al eens bij ons gepolst of wij niet toevallig zin hadden in gezinsuitbreiding, maar we waren toen in de fase dat we van een paard af probeerden te komen, niet om er een bij te nemen!

Half september kwam ze een paar dagen over naar Frankrijk om de verjaardag van haar vader te vieren. Wij waren ook uitgenodigd. Die avond trok ze alles uit de kast om ons, en dan vooral Ton want zelf vond ik het stiekem wel erg leuk zo’n jong paardenleven erbij, over te halen het beestje te adopteren. Ieder tegenargument van onze kant werd terzijde geschoven: zij zouden overal voor betalen, als het misging omdat het niet klikte met de andere paarden of omdat we het zelf niet aankonden dan zouden zij dit oplossen, werd ik ziek dan zou hun personeel wel voor onze paarden zorgen enz enz. Zo kwam het dat we een dag later bij onze vrienden zaten om te vragen of er misschien nog een paardje bij mocht komen staan en toen dit geen enkel probleem bleek waren we weer een dag later al op weg naar Favard om ons nieuwe kind op te halen…

De volgende ochtend keken we elkaar enigszins verdwaasd aan: was het nu echt zo dat we in een half jaar tijd van geen naar 2, toen bijna nog maar 1 en uiteindelijk 3 paarden waren gegaan? Wat hadden we ons in vredesnaam nu weer op de hals gehaald?
Blijf het volgen op deze Blog!

zaterdag 25 september 2010

eindelijk weer...


beste lezers
wat hèb ik veel reacties gekregen op het feit dat er al zo lang geen nieuwe berichten op deze Blog zijn verschenen... zelfs mijn eigen man vond het nu toch echt tijd worden voor een update, want over je eigen avonturen lezen is vaak leuker dan ze zelf mee te maken ;-)
Maar waarom dan zolang niet geschreven? Eigenlijk twee redenen: ten eerste maken we hier iedere dag zoveel mee dat de gebeurtenissen elkaar inhalen, waardoor ik steeds mijn berichten zou moeten rectificeren. Daar valt niet tegenop te schrijven en leest niet lekker. Bovendien had ik simpelweg geen tijd om te schrijven. Maar behalve geen tijd, zijn de eerste maanden van onze emigratie niet echt gladjes verlopen.
Een aantal problemen zijn van persoonlijke aard en daar wil ik op het World Wide Web niet te veel over uitweiden. Maar ook hadden we nogal wat te stellen met onze nieuwe have. De meesten van jullie weten wel dat dit er onder andere in geresulteerd heeft dat we Moritz weg hebben moeten doen. Dat doet pijn, want je neemt geen hond uit het asiel om hem vervolgens daar weer terug te stoppen, maar het leek ons voor onszelf maar ook voor hem het beste. Hij was hier simpelweg niet op z'n plekkie en dat kan toch ook niet de bedoeling zijn. Gelukkig hebben we inmiddels vernomen dat hij een goed tehuis in Limburg heeft gevonden.
Ook de paarden bleken geen onverdeeld plezier, maar daarover volgt later (als ik weer eens een gaatje kan vinden haha) meer. Wees niet ongerust, ze zijn er nog steeds en er is er zelfs eentje bij!
Uiteindelijk is alles op zijn pootjes terecht gekomen, maar het heeft me een tijd lang niet geïnspireerd om "vrolijke" verhalen te publiceren.

Hoe dan ook, ik beloof beterschap. Binnenkort weer een waarheidsgetrouw relaas van ons Franse leven!
veel liefs en dank voor jullie interesse, Patricia

donderdag 8 april 2010

modder en merde

Het boerenleven is niet alleen rozengeur en zonneschijn. Daags na het arriveren van de paarden stroomde de regen met bakken uit de hemel en om te voorkomen dat het net ontluikende gras onder de enorme hoeven van de nieuwe weidebewoners verloren zou gaan, besloten we het grasgedeelte voor ze af te sluiten. Hierdoor was alleen nog het bosdeel over, wat welliswaar door ons in de loop der jaren al flink was uitgedund, maar waar nog altijd veel bomen staan.
De paarden konden deze beperking maar matig waarderen. Zeker een uur lang draafden en galoppeerden ze langs het zojuist aangebrachte lint, met als enige gevolg dat deze strook er al direct uitzag alsof er een troep wilde zwijnen stevig had huisgehouden. Ook rondom het hooi ontstond binnen twee dagen een modderbad waar je tot je knieën in wegzakte. Het leek de paarden weinig te deren want hoewel ze genoeg plek hadden om droog te staan, bleven de modderigste plekken toch de meest favoriete. Zij hadden waarschijnlijk niet al die paardenboeken gelezen waarin steevast wordt gewaarschuwd voor mok bij modderige, natte omstandigheden, maar wij wel. Wederom togen we dus aan de slag. De gehele voorraad hooi versleepten we 50 meter verderop en bovendien maakten we er een soort korf omheen om te voorkomen dat ze er lekker in gingen staan, op zoek naar de beste plukken. Vooral Perceval heeft er een handje van zijn kop diep in de bol te steken en er zodoende een soort donut van te maken. Op die manier werd er wel erg veel verspild. Na enige uren zwoegen was de klus geklaard en keken we tevreden naar de nieuwe, droge plek. De paarden waren het er echter helemaal niet mee eens. Wat mankeerde er aan de modderpoel? Stug bleven ze de eerst afgedankte en vertrapte hooisprietjes uit de natte derrie plukken. Maar uiteindelijk won hun nieuwsgierigheid het en besloten ze te kijken waarover al die ophef werd gemaakt. Het beviel ze niets. Lucie durfde onder geen beding haar hoofd in de toch zeer ruime korf te steken en Perceval besloot daarop dat dit dan zìjn eetplek moest worden. De hele dag heeft hij Lucie van de plek weggejaagd. Een bezorgd baasje (moi)liep het arme beest achterna met allerlei plukken hooi, die gretig werden geaccepteerd, maar wat bij Perceval dan weer de indruk wekte dat bij mij de lekkerste hapjes te halen waren en derhalve Lucie toch weer verjoeg. Inmiddels lagen er hoopjes hooi op zeker 5 verschillende lokaties. Dit hield hun lekker in beweging, maar ons ook. Na een hele dag van alles geprobeerd te hebben moest het hooi uit de korf worden gehaald en verspreid om er zeker van te zijn dat ook Lucie haar deel kreeg. Onnodig te zeggen dat het terrein inmiddels plaatselijk volledig omgeploegd was en wij ons alleen nog met de grootst mogelijke moeite door de zuigende modder konden verplaatsen. Mijn lage laarzen bleven er prompt in vaststeken en ik moest op kousevoeten verder.

Op het erf was het al niet veel beter. Iedere dag haalden we de paarden uit de wei om ze te borstelen en controleren op wondjes, teken en blessures. Gelukkig beschikken we over een stel stoere paarden die er hun hoeven niet voor omdraaien om zich door struikgewas, bergen bladeren en spekglad geworden hellinkjes te begeven. Vooral Perceval lijkt er een sport van te maken de lat voor zichzelf zo hoog mogelijk te leggen; waar die allemaal doorheen banjert...
Maar goed, door al dat heen er weer geloop van ons, 2 paarden en 3 honden is het huis niet zonder blubber tot aan je enkels te bereiken. Ik heb in de auto een paar schone schoenen gelegd, waar ik dan op mijn kaplaarzen naar toe loop, om voor de buitenwereld althans de schijn te wekken dat wij beschaafde mensen zijn. Logischerwijs is het in huis derhalve ook een grote smeerboel en voor schoonmaken is absoluut geen tijd. Vergeet dus maar al die gelikte fotoos van romantische boerderijen waar geen stofje te bekennen is, het gazon glad als een biljartlaken en het erf keurig is aangeharkt en van onkruid ontdaan; dit is de (blubberige) realiteit!

En dan heb ik het nog niet gehad over alle merde: paardenvijgen, hondendrollen (want die worden nu natuurlijk ook allemaal keurig binnen de omheining gedropt), vogelkak (de meesjes vliegen af en aan het bijhuis binnen omdat er een grote spiegel hangt waarin ze zeer aantrekkelijke paringsmaatjes menen te herkennen) en koeienpoep. Nu hoor ik u denken: weer uitbreiding van de veestapel? Dit is geenszins het geval. We hebben echter 6 kuub kostbare stalmest aan laten rukken om onze moestuin eens rijkelijk te voorzien van het zwarte goud. Nou nou, hoor ik u weer denken, het is maar stront hoor... Daar denken de boeren echter heel anders over.
Een voisin (oftewel buurman) heeft een aantal koeien wier uitwerpselen wij hoog opgetast langs het weiland hadden zien liggen. Hier wil hij vast vanaf, dachten wij in onze onschuld, dus togen wij naar Catweazle zoals we hem hebben gedoopt, met het vriendelijke verzoek of hij deze berg bij ons zou kunnen komen deponeren, tegen betaling uiteraard. Geheel in Franse stijl werd er eens flink achter de oren gekrabt, met de ogen gerold en door de baard geaaid, waarop een impossible volgde. Kunstmest was immers duur en de boeren zaten te springen om de natuurlijke variant. Maar goed, na veel wikken en wegen durfde hij het aan ons 6 kuub van zijn kostbare uitwerpselen te verkopen voor 100 euro, die hij persoonlijk zou komen afleveren. En zo komt het dat wij nu dagelijks mogen genieten van de berg loodzware mest die nu alleen nog maar even over de moestuin hoeft te worden uitgespreid...

Hoe dan ook, na regen komt zonneschijn. De paarden staan te glanzen in de wei, de honden soezen in het zonnetje en ik, ik krui met een tevreden lach m'n vrachtjes stront van d'een of d'ander naar de plaats van bestemming. Het boerenleven is zo slecht nog niet!

zaterdag 27 maart 2010

getrouwd!





donderdag 18 maart was het dan eindelijk zover voor Ton. Na 8 weken dromen van Perceval ging hij er op rijden. De verwachtingen van dit wonderpaard hadden inmiddels natuurlijk buitenproportionele vormen aangenomen dus dan is het maar afwachten wat daar nog van over blijft. Ook ik stond uiteraard te trappelen om Lucie weer te zien.
Moritz hadden we meegenomen omdat we die nog niet alleen achter durfden te laten en Helene, de instructrice, had al toegezegd dat er best een stagiair op hem kon passen. Ik vertelde nog maar niets over het formaat hond...
Hoe dan ook, Lucie en Perceval stonden naast elkaar op stal, zodat ze vast aan elkaar konden wennen. Ze hadden ook al samen een rit gemaakt en bij elkaar in de wei gestaan en dat was niet byzonder goed, maar zeker niet slecht gegaan.
We reden in de buitenbak want Ton wilde zo min mogelijk publiek. Bovendien hadden we daar meer ruimte en kon Moritz daar gezellig toekijken. De lieverd heeft een uur lang rustig toe liggen kijken, volkomen tevreden met alle aandacht en zeer geïnteresseerd in al die vreemde honden die zoveel groter waren dan hij. Wederom had hij een test met glans doorstaan dus en hij was direct mateloos populair bij de aanwezige stagiares.

Ton hield het wel 5 minuten vol om rustig door de bak te stappen, maar ging toen alweer in volle galop kriskras door de ineens toch zeer beperkte ruimte. Het zag er indrukwekkend uit dit enorme paard met volle vaart aan te zien stormen. Onnodig haast te zeggen dat Ton volop genoot. Na 10 minuten lukte het me even contact te leggen en met een big smile verkondigde hij: driedubbel verliefd! Wederzijds moesten ze natuurlijk nog aan elkaar wennen, maar het gevoel was blijkbaar goed.
Ondertussen genoot ook ik weer dubbel en dwars op mijn oude vertrouwde Lucie, heerlijk paard. Als test hebben we nog een tijdje vlak achter elkaar en zelfs naast elkaar (best moeilijk voor paarden) gereden en dit ging echt zeer goed. Ze konden zonder problemen elkaars tempo aannemen en er werd niet geschopt of gebeten. Na de 'les' spraken we reeds af voor de volgende dag om een buitenrit te gaan maken, want hier was ik nu onderhand wel erg benieuwd naar geworden.

Na zo'n lange tijd niet te hebben gereden hadden we de nodige spierpijn, maar dat weerhield ons er niet van de volgende dag weer op een paardenrug te kruipen. Een heerlijk zonnetje en haast zomerse temperaturen maakten het feest compleet.
Perceval is nog een vrij jong paard (7 jaar) en was best nerveus temidden van 4 andere paarden (de stagiares gingen ook mee). Hij wilde het liefst het hele traject op z'n minst in draf maar liever nog in galop afleggen. Of was het de ruiter die dit wilde??!! Afin, na een aantal stukken draven kalmeerde hij wat en nam zijn rustige karakter weer de overhand. Sommige dingen zoals containers langs de weg of wapperend plastic vond ie best eng, maar hij spoot er tenminste niet vandoor.
Lucie was precies wat ik van haar had verwacht en gehoopt. Rustig, onverstoorbaar, stoer en ook pittig genoeg, veel voorwaartser dan tijdens de lessen en helemaal in voor een galopje. Ieder restje twijfel was verdwenen en ook Ton kon zich niet voorstellen dat er een paard bestond dat hem zo aan zou spreken als Perceval.

Na de rit liepen we dus direct naar Jean Claude, de eigenaar, om te zeggen dat we ze kochten. Aangezien er nog veel werk te verrichten valt hier, en Ton tussendoor nog naar Nederland zou gaan, spraken we af dat ze 15 april gebracht zouden worden. Het financiele en administratieve deel wilden we al donderdag 25 maart afhandelen. Het is een bekend gegeven dat niemand graag belasting betaalt en dus vroeg JC of we het bedrag misschien cash wilden voldoen. Gezien alle medewerking die we inmiddels hadden gekregen zeiden we uiteraard ja, en door dit prettige vooruitzicht werden we direct geïnviteerd voor een aansluitende lunch die donderdag.

Het had nog wat voeten in de aarde om het bedrag tijdig cash in handen te krijgen, maar donderdagochtend liepen we met een flinke stapel bankbiljetten de bank uit. JC was al helemaal voorbereid en we konden stipt 12 uur zoals het hoort direct aanschuiven. Maar liefst 3 flessen wijn stonden er klaar. Een voorafje van huisgemaakte foie gras met brood, dan gestoofd varkensvlees met groente en nog een kaasplateau met vruchten na. Het werd steeds moeilijker het rappe tempo van de woordenwaterval nog enigszins te volgen, maar toch lukte het me blijkbaar af en toe wat zinnigs te mompelen, zodat JC hier weer gretig op door kon gaan. Ton raakte al heel gauw het spoor bijster, maar keek dan schuin naar mij om te zien of ie moest knikken of schudden. Vreemd genoeg ging het gesprek niet over paarden, maar vooral over de Perigord, biologisch boeren (waarover hij zeer gepassioneerd was en het stemde hem erg tevreden te horen dat wij dit ook op kleine schaal probeerden) en uiteindelijk de politiek. Na een lunch van drie uur konden we het gesprek dan toch subtiel op de paarden brengen en liepen we naar een andere ruimte voor de papieren. Binnen no time waren wij dan de trotse nieuwe eigenaars van 2 paarden.

Wel vond JC het vreemd dat we zo lang wilden wachten met de aflevering en misschien dat het door de wijn kwam, maar na ampel overleg besloten we dat het dan maar gauw moest gebeuren ook: maandag 29 maart. Dit betekende nog heel veel werk maar het hoogst noodzakelijke konden we dat weekend wel gedaan krijgen.
Snel liepen we nog even naar de paarden, hoe onwerkelijk was het dat ze nu ineens van ons waren geworden! En toen gauw naar huis waar de drie honden gelukkig braaf achter de omheining zaten te wachten. We hadden weer heel wat te verwerken.

De drie dagen erna stonden uiteraard in het teken van de paardenwei. Delen van de houten omheining moesten nog worden aangebracht of verbeterd, eikels worden weggeharkt, mogelijke giftige planten de das om worden gedaan, boomstompjes kort afgezaagd, watervoorziening gerealiseerd (zoveel mogelijk met regenwater uiteraard), hooiplek ingericht, liksteen opgehangen enz enz. Bij de Cooperative hadden we schriklint gekocht en een accu op zonne-energie, om te voorkomen dat de paarden tegen het hek aan gaan schuren of duwen. Dit moesten we nog gaan bevestigen en alle mogelijke begroeiing die ertegen aan zou kunnen komen weghalen. Ondertussen moesten we ook nog langs de mairie (gemeentehuis) voor wat administratieve zaken en reden we nogmaals naar de Coop voor een bigbag van 600 kilo organische meststof om de wei te gaan bemesten. Alles bij elkaar waren de dagen dus weer aardig gevuld, maar daardoor gingen ze teminste wel lekker snel!

Toen werd het maandag, de grote dag waar we al zolang naar hebben uitgekeken. Na een paar grauwe, regen- en stormachtige dagen, was het nu zonnig en warm. Met aanhanger voor een baal hooi reden we naar Ferme de Favard waar we om 10 uur hadden afgesproken. JC had nog wat zaken te regelen dus dat gaf mij de gelegenheid alvast lekker met MIJN paard te gaan knuffelen. Perceval stond een eind verderop in een wei dus Ton moest geduld hebben, maar kon daardoor mooi filmen en fotoos maken van dit unieke moment. Vlak voor we weggingen kwam JC nog met een paar zo goed als nieuwe westernzadels aan die we mochten proberen (en natuurlijk kopen als we het wat vonden). Eindelijk laadden we Lucie in, wat zonder enig probleem verliep, en reden we naar de wei waar Perceval stond. Ook hij ging vlot de trailer in. In optocht reden we toen naar huis. Wij met aanhanger vol hooi en zadels voorop en daarachter JC en Helene met de paardentrailer. Dat gaf wel een triomfantelijk gevoel!!

Het enige waar we een een beetje over in zaten was hoe JC ging reageren op onze wei. Hij zelf heeft namelijk meer dan 40 hectare glooiend grasland terwijl onze paardenwei uit anderhalf hectare bomen en gras bestaat. Deze zorg bleek ongegrond want zowel hij als Helene waren verrukt van ons plekje. Ze wilden dat zij zoveel bomen hadden want dit gaf de paarden veel beschutting tegen de wind en de hete zon. Ook de paarden zagen hun nieuwe stek helemaal zitten. Ze liepen rustig de wei in en begonnen direct te grazen. Binnen het uur hadden ze hun nieuwe omgeving verkend, water gedronken, van de liksteen geprofiteerd en liggen rollen, wat altijd een goed teken is bij paarden. Wij zaten met z'n vieren het tafereel vanaf de veranda te bewonderen met koffie en zelfgemaakte appeltaart, die in goede aarde viel.

Toen JC en Helene weg waren, gingen we natuurlijk gauw naar de paarden. Ze liepen nieuwsgierig naar ons toe en vervolgens op hun gemakkie achter ons aan waar we ook gingen. Toen wij gingen lunchen, hielden zij een galopuurtje. Zeker een uur lang renden ze achter elkaar aan in draf of galop en leken ze het reuze naar hun zin te hebben. Het was een machtig spektakel en we genoten enorm. Vanaf het begin waren de paarden dikke maatjes en we hebben nog geen hap of schop gezien.
De rest van de dag deden we nog wat klusjes in en om de paardenwei, tot grote hilariteit van haar bewoners. Toen we de enorme baal hooi de wei in rolden, zaten ze ons letterlijk op de hielen en probeerden ieder sprietje te bemachtigen waar ze bij konden, terwijl wij de grootste moeite hadden de ruim 200 kg enigszins in goede banen te leiden. Al met al was het een prachtdag, en pas toen de laatste zonnestralen waren verdwenen gingen we naar binnen. Een paardenfilm kijken!