dinsdag 26 oktober 2010

Franse bureaucratie

Ik krijg heel wat klachten over mijn nieuwe woonland Frankrijk. Om te beginnen wonen er natuurlijk Fransen, en daar mankeert nogal wat aan. Ze zijn lui, staken altijd, houden zich nooit aan hun afspraken, zijn vreselijk onbeleefd als ze je moeten bedienen en natuurlijk spreken ze geen woord over de grens. Het brood is er niet te vreten, de supermarkten te duur en fatsoenlijke hollandse kaas kennen ze ook al niet, dus die moet je zelf meeslepen. En als je als vakantievierende Nederlander hen dan toch met je komst wilt verblijden, dan moet je nog betalen voor hun wegen ook...
Wat zoek ik toch in hemelsnaam in dit achtergebleven gebied? Er moet toch wel iets zijn dat het hier de moeite waard maakt om het goed georganiseerde Nederland voor te verlaten? Wat minder regeltjes bijvoorbeeld?

Helaas, niets is minder waar. Frankrijk blijkt nog bureaucratischer en ingewikkelder te zijn dan de ergste Nederlandse ambtelijke molen. Om eerlijk te zijn hadden we dit al wel gehoord, maar nog niet veel van ondervonden, tot we gingen emigreren dus.
Zo moesten we twee auto's importeren. We hadden al wel een idee van wat hiervoor moest gebeuren, maar hoopten via de mairie meer te weten te komen.pas de probleme luidde het door ons met argwaan aangehoorde antwoord. U vult gewoon dit formuliertje in, kentekenbewijsje erbij en een aan uzelf gerichte enveloppe, et voila, binnen twee weken is de felbegeerde carte grise bij u in huis. Pfff, dat viel mee. Toch maar wel even een kopietje gemaakt van de kentekenbewijzen want die franse La Poste vertrouwen we niet zo. Van de behulpzame secretaresse kregen we bovendien nog een attest mee dat de carte grise in aanvraag was en we wel degelijk de eigenaren waren van de bewuste voertuigen.
Een maand later lagen de bekende groene kentekenbewijzen weer vrolijk in de bus. Niets simpel, we dienden een enorme wastlijst aan papieren te doneren voordat we ons aan de nederlandse wegenbelasting mochten gaan onttrekken. OK, paspoort, rijbewijs, kentekenbewijs lagen voor de hand. Electriciteitsnota: voor ons ook al geen verrassing, want aangezien je in Frankrijk niet als inwoner wordt ingeschreven in de gemeente, is de enige manier om aan te tonen dat je bewoner bent van het door jou opgegeven adres de water- of electriciteitsnota. Verder moest er een aantal formulieren worden ingevuld, een Certificaat van overeenstemming, het aankoopbewijs van je auto en het controlerapport van de technische keuring. Dan alleen nog maar een verklaring van het belastingkantoor met de absurde titel: Certificat d’acquisition d’un véhicle terrestre à moteur en provenance de la Communaute Européenne par une personne non identifiée à la TVA. Waarvoor ik dus 1 keer voor niets kwam omdat ik niet alle benodigde papieren bij me had (zucht) en nog een keer omdat ze staakten (jawel...). Als we aan genoeg postzegels konden komen om dit allemaal op te sturen, dan kon dit uiteraard, maar wij besloten het zekere voor het onzekere te nemen en af te reizen naar Perigeux, alwaar de Prefecture gevestigd is.

Een stampvolle wachtkamer bewees dat niet alleen wij onze kostbare documenten liever persoonlijk overhandigden. Na enige tijd wachten, mochten we dan eindelijk ons vrachtje gaan afleveren. De byzonder onvriendelijke (inderdaad...) baliemedewerkster vroeg tegen beter weten in of we werkelijk dachten alles bij ons te hebben. Ik besloot geen valse hoop te wekken en zei: ik hoop het... Dit antwoord stemde haar niet bepaald vriendelijker, maar toen ik haar twee keurige stapels overhandigde waar alle gevraagde informatie alvast op volgorde gerangschikt was, fleurde ze al wat op. Met ieder aanwezig essentieel onderdeeltje werd ze vrolijker en tot ieders grote opluchting bleek alles in orde. Eindelijk konden we zaken doen.
Jammer dat de computer niet helemaal meewerkte in het registreren van onze oude kentekens, maar dat was dan ook de enige dissonante. 2 uur later en tegen betaling van enkele honderden euros, waren onze auto's na 4 maanden ingevoerd in Frankrijk.
Alleen nog maar even kentekenplaten laten maken, Nederlandse instanties op de hoogte stellen, BPM en wegenbelasting terugvragen...

Nu waren we klaar voor het grote werk in de wereld van de bureaucratie: het aanvragen van vergunningen. We hebben namelijk een nogal omvangrijk project op stapel staan, waarover inhoudelijk in een ander bericht meer, en dit wilden we dan toch maar eens officieel aanpakken. Te meer daar het project geleid zou worden door Bert Jansen, onze Nl buurman die havens ontwerpt en aanlegt in de Emiraten en alle tekeningen voor zijn rekening zou nemen, en hierin gesteund werd door zijn Franse secretaresse Anna. Zij deed voor ons al het papier en regelwerk.

Ooit was ons te kennen gegeven dat we in een beschermd natuurgebied woonden (da's mooi) maar daarom nog geen hondenhok neer mochten zetten. Alleen aanbouwen was toegestaan, dus hadden we de geplande paardenschuilstal, zadelkamer,opslagplaats en het kantoortje allemaal aan ons huis vast laten ontwerpen.
Toen de 'bouwinspectrice' kwam kijken naar onze plannen, maakten we ons dan ook geen zorgen over de haalbaarheid hiervan. Maar wederom kwam hier een waslijst van regeltjes tevoorschijn, die vast verzonnen zijn door een ambtenaar die zich stierlijk verveelde tijdens een van de stakingen. Begrijp goed dat we er helemaal voor zijn om een oud huis niet te verknallen met allerlei rare uitbouwtjes hoor. En we snappen best dat je je er niet met een paar golfplaten van af mag maken. Maar wij moesten dus exact dezelfde dakpannen gebruiken als die er al lagen (NB dit zijn niet de originele dakpannen) en het dak van de aanbouw moest hetzelfe verloop hebben als de bestaande woning. Deze lopen bij ons zo steil dat je dan 2 meter verder al op de grond zou zitten en er van een aanbouw dus geen sprake kan zijn.
Er was nog een probleempje. Voor het oog onzichtbaar, maar op de kadastrale tekeningen zo vastgelegd, lag het openbare pad naar ons huis direct tegen de woning aan, en daar mocht dus niet op gebouwd worden. Dat alleen wij dit gebruiken deed er niet toe, en dat in werkelijkheid de aanbouw niet op het pad zou komen ook niet.

En nu komt het. Want waar de Fransen nóg beter in zijn dan het bedenken van regeltjes, is in het omzeilen ervan. Zelfs de controlerende instanties werken er graag aan mee hun land leefbaar te houden.
De oplossing voor de daken was simpel: als de nieuwe daken niet even steil konden worden als de bestaande, dan moesten de bestaande maar (op papier) even steil worden als de nieuwe. Er werd vriendelijk verzocht een nieuwe tekening aan te leveren waarbij de daken een pietsje platter waren gemaakt (nou goed, heel veel platter dus) et voila, er was aan de regel van gelijke steilheid voldaan. Tijdens de eindinspectie zou hier dan niet zo heel precies naar gekeken worden, zo werd ons beloofd. De eerste vergunning was rond.

De weg lag wat ingewikkelder, qua uitvoering dan. Als je op een openbare weg niet mag bouwen, dan (u voelt hem al) moet je zorgen dat de weg privebezit wordt. Het antwoord lag voor de hand, meneer de burgermeester was het er helemaal mee eens, maar helaas moeten hier weer zoveel instanties zich tegenaan bemoeien, dat het pad nu meer op een lijdensweg gaat lijken. Gelukkig hebben we inmiddels geleerd geduld te hebben en gaan er dus maar vanuit dat er op korte termijn toch echt gebouwd kan worden.

Tot slot was er nog ons afvalwaterprobleem. Met al die verspreide huisjes is het aanleggen van riolering onbegonnen zaak en dient een ieder zelf zorg te dragen voor een verantwoorde waterafvoer. Dat van ons zat er al toen we het kochten en is dus inmiddels al 30 jaar oud. Het water van de keuken en wasmachine loopt via een vetbezinkput zó ons bos in. De toilet mondt uit in een sceptic tank, maar voor douche en bad is geen enkele voorziening. Uiteraard zijn we extreem voorzichtig in middelen die we gebruiken. Zo wassen we onze kleding in aswater, jawel, gewone as uit de kachel, water erbij, door zandstenenfiltratie en je hebt een prima, goedkoop en ecologisch zeer verantwoord wasmiddel!
Maar van overheidswege vinden eens in de 5 jaar inspecties plaats, en ons systeem werd alleen nog maar goedgekeurd omdat het water in ons eigen bos belandt. Dus nu we toch de boel hier gaan verbouwen, dachten we dit meteen mee te nemen. Hierover bleek niet de gemeente, maar het waterbedrijf te gaan. Er moest een inspecteur langskomen, a la raison de 150 euro, die advies zou uitbrengen, en daarna nog eens terug zou komen om te controleren. Wij dachten er met de aanleg van een grote fosse toutes eaux vanaf te komen, wat met een graafmachine niet al te ingewikkeld en duur hoeft te zijn. Maar de inspecteur dacht hier toch duidelijk anders over. Een 3000 liter tank, ja, maar daarna moest ook nog een filtratiebak van 25 vierkante meter en anderhalve meter diep te worden gebouwd, met overloop en weet ik het wat nog meer. Deze moest ook nog eens 10 meter van iedere boom verwijderd staan (leuk als je in een bos woont). Dat betekende dus kappen, graven en drillen, want de rotsbodem zit vlak onder het grondoppervlak. Kosten minimaal 6000 euro...
Toevallig wisten wij dat er weleens subsidie wordt gegeven, maar dit ging voor ons niet op: wij werden immers nog niet verplicht iets te veranderen. Toen ik antwoordde dat ik het dan maar zo liet totdat we volledig strafbaar waren geworden, zodat ook wij de helft vergoed zouden krijgen, bleek er nog wel een beetje over te praten.

Immers, dit advies was volgens de meest stricte officiele normen. Daar hoefden wij natuurlijk niet zo precies aan te voldoen. Als we nu gewoon een nieuwe tank voor de hele badkamer namen, en een soort filtratiegreppel, dan hoefden we ons nergens druk over te maken. En aangezien dit advies officieel natuurlijk niet gegeven was, hoefden we ook die 150 euro niet te betalen...

Kijk, dàt is dus typisch Frankrijk!

zaterdag 16 oktober 2010

Ghostbusters

woord vooraf: daar het aantal lezers gestaag groeit is om privacy redenen een aantal namen met terugwerkende kracht gefingeerd. echter alle verhalen waren en blijven helemaal waar gebeurd.

Dat we een onalledaags leven leiden, is inmiddels wel duidelijk. Maar terwijl je als boer toch stevig met je poten in de klei hoort te staan, houden we ons ook bezig met meer spirituele zaken. De meesten zullen zich de verhalen over Boedistische zoem-sessies, honden zoekacties met wichelroedes en pendellessen maar al te goed kunnen herinneren, maar tot op heden hadden we ons nog niet direct tot de geestenwereld aangewend. De aankoop van een spookhuis bracht hier verandering in.

De familie Jansen had met het oog op alle paardenplannen een flink stuk grond erbij gekocht, waar toevallig ook nog eens een aantal huizen en bijgebouwen op stond. Ondernemend als ze zijn, werd hier al snel een bestemming aan gegeven. Een groot, statig herenhuis zou worden verbouwd tot Chambres d'hotes en Saskia, die hotelschool ging doen, kon dit project dan later mooi gaan leiden. Echter iedere keer dat ze het huis betrad, kreeg ze het onbehagelijke gevoel dat ze er niet welkom was. Hoewel ze toch echt een heel nuchter type is, voelde ze telkens de aanwezigheid van geesten en ze durfde op een gegeven moment het huis niet meer in. Dit is niet erg handig voor een toekomstige hoteleigenaar.

Ik had haar al eens het verhaal verteld over hoe we met behulp van een wichelroede Lizzy hadden teruggevonden, en begin van de zomer informeerde ze voorzichtig naar degene die ons had geholpen en of hij ook eens naar het huis wilde komen kijken. Raymond, de man om wie het hier ging, was wel te porren voor dit spirituele avontuur. Teneinde alle rituelen goed uit te kunnen voeren, moesten de Jansens zorgen voor een grote voorraad kaarsen, een flinke brok toermalijn en het juiste merk wierook. Gewapend met pendels en wichelroedes begaven we ons naar het huis, waar Raymond begon met te bepalen via welke kant we naar binnen mochten. Dat valt nog niet mee om die geesten gunstig te stemmen! Toen we toestemming hadden liepen we, toch niet helemaal op ons gemak, het huis in. Saskia werd bleek, stil en voelde zich duidelijk niet goed. Dit was zeker geen aanstellerij, het meisje was echt heel bang. Ook Raymond voelde de aanwezigheid van diverse geesten en ook dat deze niet erg blij waren met onze komst. In het huis had zich tijdens de Tweede Wereld oorlog namelijk een drama afgespeeld. De toenmalige bewoners waren terplekke door de Duitsers gefusileerd en dit had ervoor gezorgd dat de overledenen geen rust konden vinden in het hiernamaals. Ze beschouwden het huis nog als het hunne en wensten geen indringers. Het was daarom zaak hun onze goeie bedoelingen kenbaar te maken en een aantal regelingen te treffen die de oude bewoners genoeg vrede zouden geven om 'over' te gaan.

Per kamer zetten we een brandende kaars, de wierook en een stukje toermalijn tegen negatieve invloeden neer, waarna we met z'n allen via geestelijk contact Grote Liefde en Goede Bedoelingen overbrachten. Dit ritueel diende gedurende drie dagen te worden uitgevoerd. Het hele huis, dat van onder tot boven vol lag met oude troep, moest zo spoedig mogelijk worden leeggehaald, alle oude fotoos verbrand, en ramen en luiken bleven vanaf dat moment open staan zodat alle negatieve energie eruit, en licht en lucht naar binnen kon stromen. En zo waren er nog wat kleine eisen waaraan voldaan moest worden voor een optimaal resultaat. Wekenlang is allerhande personeel in de weer geweest om de uitbeschrijfelijke rotzooi uit het huis te halen. Van tandenborstels tot kleding, meubilair en gereedschap, zwemdiploma's en bruidsfotoos; alles was er nog. Ton was er blij mee want er zat een hoop oud roest bij, wat hij weer mooi kon gaan omsmeden.

Na verloop van tijd waren alle geesten, op 1 na, uit het huis verdwenen. Maar deze laatste, een vrouw, bleek byzonder hardnekkig, en Saskia durfde nog steeds het huis niet in omdat zij totaal niet begreep waarom haar huis zo werd leegehaald. Terwijl Saskia allang niet meer in Frankrijk was, hebben wij en Anna, de secretaresse, met inzet van Raymond en zijn vriend Paul daarom opnieuw een poging gewaagd tot een laatste uitdrijving. Paul scheen wel meer ervaring te hebben met dergelijke gevallen van hardnekkige ex-bewoners. Voortvarend liep hij alle kamers door met zijn eigen variant op de wichelroede, om uiteindelijk op zolder de verbolgen vrouw aan te treffen. Met een simpele, maar blijkbaar doeltreffende armbeweging, zwiepte hij haar als het ware zó het raam uit, en was het huis eindelijk verlost van alle (kwel)geesten.

Nu maar hopen dat ze wegblijft, en zo niet dan kunt u over een aantal jaar een kamer boeken in een waarachtig 'haunted house'.

zondag 10 oktober 2010

Perceval of hoe een huwelijk bijna uitmondde in een scheiding maar uiteindelijk resulteerde in een baby





De komst van de paarden heeft een behoorlijke impact op ons leven gehad.
Dachten we ze toch een aardig stuk grond te kunnen geven met zo’n 2 hectare, bleek dit bij lange na niet opgewassen tegen 1200 kg paardenvlees wat moest worden gevoed. De paarden kwamen aan het begin van het groeiseizoen, en hoe behoudend we ook waren met het vrijgeven van stukken wei, het gras werd afgeknaagd voordat het de kans kreeg ook maar een millimeter te groeien. Ook beginnende boombladeren, knoppen en zelfs ontkiemde eikels werden door gulzige paardenmonden verslonden. Daarnaast stond er permanent een bol hooi ter beschikking, die eerst werd uitgehold totdat er een soort donut ontstond, waarna uit de restanten de lekkerste hapjes werden opgespoord en de rest op de grond werd vertrapt. Aha, dus dáár waren ruiven voor… na een bui regen veranderde de hooiplaats in een modderpoel en kon je heel wat van het hooi weggooien (overigens gebruik ik dit nu weer in de moestuin als mulch, want aan verspilling doen we natuurlijk niet). Echter zo’n handige hooibesparende ruif met dakje kostte al gauw 1000 euro, was onverplaatsbaar en zou het modderprobleem daardoor alleen maar groter maken. We moesten het er maar mee doen; tenslotte was hooi toch goedkoop en makkelijk te verkrijgen ‘á la campagne’…

Dàt viel even tegen. Boeren deden net zo makkelijk afstand van hun hooi als van hun mest, en de lezer weet inmiddels hoeveel moeite ons dit al had gekost. Je kon immers nooit weten of het gras ook dit jaar weer ging groeien, en dan moest je nog wel wat op voorraad hebben.
Toen dus bleek dat dit niet zo eenvoudig ging worden en tevens dat de paarden niet 1 bol per 2 weken maar per week wegwerkten, kregen we het wel een beetje benauwd. We deden navraag bij iedere boer in de omgeving, bij de mairie en de Cooperative Agricole, en kregen uiteindelijk 1 adres losgepeuterd. Monsieur Audy, een gepensioneerde koeienboer uit het naburige plaatsje Jailleix, kon ons misschien wel helpen. Het kleine tanige mannetje keek op de gebruikelijke manier heel bedenkelijk, krabde eens achter z’n oren en zei dat hij eventueel wel 2 bolletjes kon missen. Behendig manoeuvreerde hij zijn tractor naar de opslagplaats, die uiteraard barstensvol hooi lag, allemaal nog van het vorige jaar. We bedankte hem uitbundig, betaalden hem contant zodat er geen onnodige belasting hoefde te worden betaald en wat hem betreft konden we altijd terugkomen. Dit probleem was dus voorlopig opgelost.

Iedere dag waren we zo bezig met linten verplaatsen, hooi optassen en mest kruien, en daar kwam natuurlijk de verzorging van en wandelen met onze nieuw have nog bij. Al met al slokte dit een aardig deel van onze dag op en liepen de moestuinactiviteiten, laat staan andere projecten, aardig vertraging op. Ik zie het maar als de opstartfase, waarin alles nu eenmaal meer tijd kost, en vond het plezier wat de paarden ons geven er nog altijd ruim tegenop wegen. Voor Ton lag dit iets anders en dat lag mede aan het feit dat Perceval niet het makkelijke, goed getrainde paard bleek, dat ons was voorgespiegeld en waar hij als een blok voor was gevallen.

Na circa 2 gezamenlijke ritten kwamen we tot de conclusie dat ieder voor zich eerst maar eens aan de relatie met zijn/haar paard moest werken voordat we er met z’n vieren op uit trokken. Perceval had namelijk de onhebbelijke gewoonte het af en toe op een rennen te zetten, waarbij hij totaal onbestuurbaar werd. En aangezien paarden elkaar blindelings volgen, wilde ik hier liever niet achter lopen. Nooit zal ik de dag vergeten dat ik rustig in de moestuin bezig was. Lucie was aan het grazen op het veld er omheen, waarvoor ik het pad had afgezet met een lintje. Ton wilde het weer eens met Perceval gaan proberen en stapte rustig op hem weg. Na enige tijd hoorde ik Ton in de verte schreeuwen vergezeld van het geluid van stampende galoperende hoeven. Dit geluid kwam ras dichterbij en voor ik het wist zag ik paard met man dwars door het lint heen springen, waarna hij helemaal buiten zinnen om de moestuin heen rende naar Lucie toe. Pas toen kwam hij enigszins tot bedaren. Goddank had Ton in het zadel kunnen blijven zitten maar het had heel fout af kunnen lopen.

Helaas bleef het hier niet bij. Tijdens iedere rit ging hij op bepaalde punten flippen, en hoe harder Ton dan aan de teugels trok, hoe harder Perceval ging rennen. Eerst dachten we nog dat het misschien aan het zadel lag. Deze was geleend en eigenlijk iets te krap. Of aan het bit. Maar ook toen zadel was vervangen en bit werd weggelaten, verminderde de paniekaanvallen van het paard niet.
We probeerden van alles. Ik ging meelopen om hem, te voet, langs zijn meest gevreesde plekken te loodsen. Ook Ton ging vaak met hem wandelen, waarbij hij zo tam was dat hij hem overal volgde waar Ton maar wilde, dwars door bossen en nauwe openingen. Ik leerde hem stilstaan bij het opstijgen, zodat hij de tocht niet meteen rennend begon maar heel ontspannen. Maar zodra Ton hem besteeg werd hij van tijd tot tijd volstrekt stuurloos.

Ik won eens advies in bij Helene, onze paardrij-instructrice. Zij adviseerde toch om gezamenlijk op pad te gaan omdat Perceval het waarschijnlijk te eng vond in zijn eentje. Aanvankelijk leek dit goed te werken. Zolang Lucie vooropliep , volgde Perceval zo mak als een lammetje. Het probleem was echter dat Lucie helemaal niet graag voorop liep. Bij paarden loopt de leider voorop en de rest van de kudde vertrouwt op zijn of haar oordeel. En bij hun was Perceval de onbetwiste leider. Lucie kon ik alleen met de grootst mogelijke moeite ervan overtuigen voorop te gaan lopen, maar zodra ze iets tegenkwam wat ze een beetje eng vond, weigerde ze in alle toonaarden nog een stap te verzetten. Ze vertrouwde mij nog te weinig om door te gaan en bovendien liet Perceval weten dat hij het geen probleem vond om wel door te lopen. Dit lieten we dan maar even gebeuren, het ging een tijdje goed en dan zette Perceval het weer op een lopen. Menig keer heeft hij dorpjes door gegaloppeerd, wegen overgestoken, boomgaarden doorkruisend en telkens liep het maar net goed af. Tot het op een dag natuurlijk wel mis ging.

We waren nog maar net op weg, of hij begon weer. Ton liet hem maar een beetje begaan, want het was zijn ervaring dat hij dan het snelst kalmeerde. Helaas had Perceval dit keer besloten het bos in te duiken, en daar hing net een boomstam half omgevallen op zijn pad. Zelf kon hij er nog wel onderdoor, maar dat gold niet voor zijn berijder. Ton werd er zonder pardon vanaf geveegd en kwam met een harde smak op zijn rug terecht. Ik zag het niet gebeuren, want ik stond rustig met Lucie te wachten (zover was ik inmiddels) tot de heren weer uit het bos kwamen opduiden, maar toen ik Ton hoorde schreeuwen wist ik wel hoe laat het was. Na zorgvuldige inspectie concludeerden we dat alles veel pijn deed maar nog wel functioneerde en kon Ton naar huis wandelen. Maar we zagen dit wel als de laatste waarschuwing: zo kon het niet langer. De situatie was onhoudbaar geworden.

Op het moment van dit voorval was Saskia Jansen in het land. Saskia is de dochter van de welgestelde familie Jansen die, zoals ik al eerder schreef, in de Emiraten woont, en vlak bij ons een huis heeft. Moeder Tanja en dochter zijn bezeten van paarden, en hebben er zelf 6. Saskia (18 jaar) rijdt van kleins af aan, traint haar eigen (jonge) paarden en streeft ernaar deel te nemen aan de Olympische spelen van 2016. Toen zij van het ongeluk hoorde, bood ze direct aan zelf eens op Perceval te rijden om te kijken waar het aan schortte. Nou was ik daar niet zo’n voorstander van, want ik wilde het niet op mijn geweten hebben dat dit grote sterke paard er met dit meisje vandoor zou gaan en er ik weet niet wat zou kunnen gebeuren. Maar Helene, die we al eerder gevraagd hadden eens te komen kijken, had het te druk, en bovendien had Tanja geen enkel bezwaar, zoveel vertrouwen had zij in het kunnen van haar dochter. Eigenlijk dacht iedereen dat het vooral een kwestie was van het paard eens goed aan te pakken, en dan zou hij weer braaf in het gareel lopen.

Zo kwam het dat op een dag Tanja en Saskia, vergezeld van Pakistaanse chauffeur Omar (tevens butler en hondenoppas, speciaal overgevlogen uit Dubai) met hun twee honden hun opwachting maakten. Nogmaals drukten we haar op het hart bij die eerste bocht goed op te passen omdat het daar altijd misging. Maar haar kon niets gebeuren: ze had immers een cap op, een zweepje bij zich en het paard had een bit in. Rustig wandelde ze het pad af, gevolgd door ons 4 met honden. Het was een hele optocht, en even dachten we nog dat Perceval met zoveel gezelschap misschien helemaal niet ging flippen, maar gelukkig (?) begon hij het inderdaad bij de bewuste bocht op een lopen te zetten. Dankzij al haar ervaring, en met heel veel inspanning, lukte het haar om hem al snel te doen omkeren, zodat ze niet het bos in rende, maar op het veld terecht kwam, waar de risico’s bij een val toch kleiner zijn. Ik voelde m’n hart in mijn keel kloppen bij het zien van de worsteling die volgde. Al heel snel bleken er twee dingen: Saskia was inderdaad een zeer goede ruiter en Perceval was inderdaad een byzonder moeilijk paard. Ze stoven alle kanten op, waarbij Perceval zich met hand en tand verzette tegen zijn onverwachte strenge berijder, maar Saskia zat als een huis. Ze genoot er zelfs van want dit was tenminste weer eens een uitdaging voor haar. Maar ze was het wel helemaal met ons eens dat dit paard absoluut ongeschikt was voor een relatief beginnende ruiter als Ton. Hij was te jong, te dominant en te onervaren en heeft dus een ruiter nodig die in alle opzichten zijn meerdere is.

Hoe verdrietig het ook was dat dit het duidelijke einde leek van ons Perceval-avontuur (zolang je er niet opzit is het immers een schat van een beest), toch waren we blij met deze duidelijke conclusie. We togen aldus gewapend naar Jean-Claude, waar we hem hadden gekocht. JC is een goede vriend van de familie Jansen en ook hij heeft een zo’n hoge pet op van Saskia’s rijkunst, dat hij haar al zijn paarden laat uitproberen, als ze er is, om hun niveau in te schalen (had ze dit destijds maar bij Perceval kunnen doen…)
Totaal verbijsterd waren we over ’s mans reactie. Immers Ton had hem zo graag willen hebben, hij had al vanaf het begin gezegd dat dit paard niet geschikt was en weigerde hem, tegen welke prijs dan ook, terug te nemen. Ook de Jansens hebben nog een goed woordje voor ons gedaan, maar het is heel simpel: JC is bang een paard terug te nemen wat nu heel moeilijk verkoopbaar is. We hadden ons dus niet alleen in het paard maar ook danig in de man vergist.

Er restte ons nu niets anders dan Perceval zelf proberen te verkopen. En dat zou niet meevallen, want wie zit er te wachten op zo’n groot, dominant en onervaren paard? Al googelend kwam ik er echter al snel achter dat ook daar een markt voor is, zij het dat in een groot land als Frankrijk afstanden wel een belangrijke rol spelen. Zo heb ik contact gelegd met Sophie, een meisje dat blijkbaar flink wat paardrij-ervaring heeft want zij gaat een traineeship van een jaar volgen bij een van ex-instructeurs van het Cadre Noir. Dit is de Top of the Bill op paardrijgebied in Frankrijk en te vergelijken met de beroemde Spaanse rijschool uit Wenen. Zij zocht voor deze gelegenheid een paard te leen wat vooral groot, jong en onervaren moest zijn!! Ik had haar het een en ander over Perceval geschreven, vergezeld van fotoos, en ze was erg geïnteresseerd. Op een dag kwam ze inderdaad langs om hem te berijden. Ze was erg van hem gecharmeerd en geloofde dat hij voldoende potentieel had voor de hoge eisen die aan hem gesteld zouden gaan worden. Wel vond ze dat hij op dit moment nog maar minimaal getraind was, en daarmee werd bevestigd wat wij al dachten. Uiteindelijk ging dit echter toch niet door omdat ze een paard had gevonden die wat dichter in de buurt was.

Er was nu weer een aantal weken voorbij gegaan. Saskia kwam terug van een Duits trainingskamp en was graag bereid Perceval een paar lesjes te leren. Hij ging vrij snel vooruit en allengs begon het toch ook bij Ton weer te kriebelen. Misschien toch eens proberen in de wei met hulp van Saskia?
De paarden stonden nu in een wei bij vrienden, waarover later meer, en hier was alle ruimte voor wat oefeningen. Vóór aanvang van de les was Ton zover dat ie bereid was Perceval gratis weg te geven aan een goed adres, na de les was hier geen sprake meer van. Er bleken heel goed verstopt toch een paar knopjes op het paard aanwezig die moesten worden ingedrukt om hem onder controle te kunnen houden, en deze had Ton nu gevonden. Dit gaf natuurlijk een geweldige kick en vanaf dat moment moest het arme paard flink aan de slag. Langzamerhand begonnen paard en ruiter meer naar elkaar toe te groeien, hoewel de galop nog altijd moeilijk blijft. Perceval vindt dit zo leuk dat hij dan helemaal hyper wordt.
Nadat Saskia voor haar opleiding weer terug was naar het Oosten, werd het stokje overgenomen door een Frans vriendinnetje, Rachel. Tegen de tijd dat ook zij voor haar opleiding een paar honderd kilometer verderop vertrok, waren man en paard zover dat ze het ooit zo beruchte pad stapvoets en veilig konden aflopen. Een enorme overwinning! Vanaf dat moment ging het snel. Inmiddels heeft Ton er al weer een paar buitenritten opzitten en zijn we zelfs al een keer samen op pad geweest, helemaal zonder problemen. Hun huwelijk was gered!

Tijdens de zomer had Saskia heel wat tijd doorgebracht op manege Favard, en was daar verliefd geworden op een veulentje van een paar maanden oud, die nu dag en nacht in een donkere box opgesloten was in afwachting van een koper. Beroofd van iedere mogelijkheid tot spelen en rechtstreeks paardencontact, trok hij zich schuw terug als je contact zocht. Zij was de enige die hem er weleens uithaalde zodat hij even z’n benen kon strekken in de manegebak. Dit is natuurlijk geen paardwaardig bestaan en bovendien zou het de kans op problemen later in de omgang met mensen sterk vergroten. Ze had al eens bij ons gepolst of wij niet toevallig zin hadden in gezinsuitbreiding, maar we waren toen in de fase dat we van een paard af probeerden te komen, niet om er een bij te nemen!

Half september kwam ze een paar dagen over naar Frankrijk om de verjaardag van haar vader te vieren. Wij waren ook uitgenodigd. Die avond trok ze alles uit de kast om ons, en dan vooral Ton want zelf vond ik het stiekem wel erg leuk zo’n jong paardenleven erbij, over te halen het beestje te adopteren. Ieder tegenargument van onze kant werd terzijde geschoven: zij zouden overal voor betalen, als het misging omdat het niet klikte met de andere paarden of omdat we het zelf niet aankonden dan zouden zij dit oplossen, werd ik ziek dan zou hun personeel wel voor onze paarden zorgen enz enz. Zo kwam het dat we een dag later bij onze vrienden zaten om te vragen of er misschien nog een paardje bij mocht komen staan en toen dit geen enkel probleem bleek waren we weer een dag later al op weg naar Favard om ons nieuwe kind op te halen…

De volgende ochtend keken we elkaar enigszins verdwaasd aan: was het nu echt zo dat we in een half jaar tijd van geen naar 2, toen bijna nog maar 1 en uiteindelijk 3 paarden waren gegaan? Wat hadden we ons in vredesnaam nu weer op de hals gehaald?
Blijf het volgen op deze Blog!